Op landelijk niveau geven de ‘Nota Ruimte’ en de ‘Nota Mobiliteit' de nieuwe beleidslijn aan. “Mobiliteit mag en hoort bij de samenleving”, is de centrale gedachte achter de plannen. Het beleid is verandert van sturend en gericht op het terugdringen van de automobiliteit naar een meer voorwaardenscheppend beleid dat gericht is op het faciliteren van de groeiende mobiliteitsbehoefte. Daarbij wordt er wel naar gestreefd de gebruiker te verleiden een keuze te maken voor een gewenst vervoermiddel, zodat de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de kernen gegarandeerd blijven.
Het beleid op lokaal niveau sluit aan bij de gedachte vanuit het nationaal beleid. In bijna alle kernen van de gemeente Maasgouw zijn in de komende tijd ruimtelijke ontwikkelingen te verwachten. Daardoor zal het parkeren zich in de komende tijd steeds sterker manifesteren als een ruimtelijk probleem.
De parkeerbehoefte in woongebieden wordt grotendeels bepaald door het autobezit van de bewoners. Nederland moet tussen 2005 en 2030 uitgaan van een groei van 0,99 tot gemiddeld 1,09 tot 1,21 auto’s per huishouden. Dit is een landelijke groei van 10 tot 22 %. De grote bandbreedte komt voort uit onzekerheid over toekomstige maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Een groot deel van deze groei komt paradoxaal genoeg voort uit de introductie van de kilometerprijs en het (gedeeltelijk) afschaffen van belastingen oftewel anders betalen voor mobiliteit. Mensen betalen dan niet meer voor het bezit, maar voor het gebruik van voertuigen. Autobezit wordt dus aantrekkelijker.
Veel gemeenten en woningbouwcorporaties gaan bij het ontwerp van nieuwe woonwijken uit van te lage parkeernormen. Soms is dit een bewuste gedragsbeïnvloedingstrategie om het autobezit van bewoners terug te dringen. Soms is het een middel om de investeringskosten laag te houden. In de weerbarstige praktijk zijn gemeenten echter vaak gedwongen om het aantal parkeerplaatsen achteraf gekunsteld te verhogen. Dit leidt tot extra investeringen en het inleveren van publieke ruimte. Groen en speelvoorzieningen moeten worden opgeofferd aan parkeerplaatsen. Het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan verwordt tot een knip-en-plak-werk van tussentijdse reparaties.
Stedenbouwkundige plannen moeten robuust zijn voor de lange termijn en zijn bedoeld om duurzame kwaliteit en woonplezier op de lange termijn te garanderen. Het is dus belangrijk dat de ruimtelijk ontwerper van te voren rekening kan houden met de toekomstige parkeerbehoefte in een forse bandbreedte. Hierbij verdient ook de financieelorganisatorische kant van de parkeeropgave een creatievere aanpak dan nu vaak gewoon is.
Er dient dus niet alleen gekeken te worden naar de huidige parkeersituatie maar er dient een inschatting gemaakt te worden van de toekomstige parkeerbehoefte, uitgaande van een volgend parkeerbeleid. Het jaar 2030 geldt hierbij als horizon, want gemeente en woningbezitters willen een toekomstvast en flexibel ontwerp.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5
Landelijke trend; ‘autobezit per huishouden blijft de komende jaren groeien’
Onderdeel van Parkeernormen en Parkeerbijdrage regeling Gemeente Maasgouw (2010)