Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Parkeernorm niet realiseerbaar op eigen terrein (tekort)

Onderdeel van Parkeernormen en Parkeerbijdrage regeling Gemeente Maasgouw (2010)

Indien onvoldoende parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen, dient in eerste instantie te worden bekeken of in het plan realisatie van meer parkeerplaatsen mogelijk is. Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie door meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, is de inschatting van de financiële consequenties daarvan in veel gevallen het grote knelpunt. Indien hier twijfel over bestaat, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein onevenredige kosten met zich meebrengt. Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan het college in drie gevallen vrijstelling verlenen voor het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen: De initiatiefnemer beschikt over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand (binnen 250 meter): Parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid op particulier terrein realiseert. Parkeerplaatsen die worden gehuurd van derden, waarbij de initiatiefnemer dient aan te tonen (door middel van contracten) dat deze parkeerplaatsen voor de functie beschikbaar zijn. Indien deze huurovereenkomst komt te vervallen, dan vervalt indirect met terugwerkende kracht ook de vrijstelling van de parkeereis. Parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen in het openbaar aanbod. Vereist is dat middels een parkeerbalans of parkeerdrukmeting aangetoond dient te worden of er binnen acceptabele loopafstanden (wonen, ontspannen, gezondheidszorg en onderwijs 100 m, winkelen, 250 m en werken 250 m) voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn (de parkeerdruk mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven de 85% bezettingsgraad komen). De gemeente ziet binnen een afstand van 250 meter mogelijkheden, die tevens planologisch haalbaar zijn, om binnen een termijn van 10 jaar extra parkeerplaatsen aan te leggen. De bovenvermelde parkeerdrukmeting wordt gehouden op het moment dat de bezettingsgraad van de te realiseren functie het hoogst is. Bijvoorbeeld in het geval dat het bouwplan voorziet in de realisatie van een woning wordt het onderzoek in de nachtelijke uren verricht (bewonersparkeren) en bij de realisatie van een winkel in de dagsituatie tijdens een piekmoment (winkelpubliek). De kosten van de uitvoering van deze parkeerdrukmeting zijn voor de initiatiefnemer.

Rechtspraak bij dit artikel