Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Renswoude 2021

1.. De subsidietoekenning kan, naast de in artikel 4:25 tweede lid en artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen worden geweigerd, indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die in het gemeentelijk beleid onvoldoende prioriteit heeft of niet past binnen het beleid van de gemeente Renswoude. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor de activiteiten en/of het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de gevraagde subsidie hoger is dan passend voor de beoogde activiteiten; niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de instelling met winstoogmerk werkzaam is; de loonkosten van bestuurders, directie of andere medewerkers van de subsidieaanvrager de in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector bedoelde norm (WNT-norm) overschrijden; de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager, dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele geaardheid, leeftijd of op welke grond dan ook. Onder discriminatie gaat het in dit verband niet om onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; de aanvrager onjuiste en/of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking zou leiden; niet voldaan wordt aan de regels van de-minimisverordening; de bij subsidieregeling bepaalde weigeringsgronden van toepassing zijn. 2.. Het college weigert de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3.. Bij de verlening van een subsidie houdt het college rekening met het eigen financieel vermogen van de subsidieaanvrager. Indien het eigen vermogen, ten opzichte van het totale vermogen (solvabiliteit) van de aanvrager te laag is, kan het college beslissen de subsidie niet te verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel