Naar hoofdinhoud
Tot en met 2018 kregen gemeenten (en basisscholen) onderwijsachterstandsmiddelen gebaseerd op een berekening uit 2009. In 2018 is door de rijksoverheid besloten deze gewichtenregeling te vervangen door een nieuwe CBS indicator. Sinds de lopende beleidsperiode (2019 – 2022) is deze nieuwe verdeelsleutel van kracht. Deze verdeelsleutel houdt rekening met meer kenmerken uit de omgeving van het kind. Vier kenmerken vormen samen de nieuwe indicator. Deze kenmerken zijn: Opleidingsniveau van de ouders – Er wordt rekening gehouden met de opleidingsniveaus (ingedeeld in acht categorieën) van zowel de vader als de moeder. Het CBS maakt hiervoor gebruik van de gegevens over de juridische ouders volgens de Basisregistratie Personen; dit kan dus ook betrekking hebben op de verzorger(s) van een kind. Daarnaast wordt ook het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op een school meegenomen. Land van herkomst van de ouders – De herkomst van de ouders speelt ook een rol in het risico op een onderwijsachterstand van een kind. De herkomstlanden zijn ingedeeld in acht categorieën, op basis van «culturele afstand tot Nederland». Verblijfsduur in Nederland van de moeder – De verblijfsduur in Nederland van de moeder heeft invloed op het risico op een onderwijsachterstand van een kind. De verblijfsduur is in drie categorieën ingedeeld: 0–5 jaar, 5–15 jaar of langer dan 15 jaar. Schuldsanering – Of het gezin in de schuldsanering zit wordt gemeten met een «ja»/«nee»-variabele. Het CBS doet hiervoor de berekening. Scholen hoeven dan niet langer het opleidingsniveau van de ouders van hun leerlingen bij te houden. Tevens is de verdeling van het geld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden gebaseerd op meer actuele gegevens. Deze nieuwe verdeelsleutel leidt voor de gemeente West Maas en Waal tot een hoger budget. Middels een overgangsregeling van vier jaar wordt de nieuwe budgetverdeling doorgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel