De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het toekennen van nummeringen aan objecten:
Bij vergunningverlening moet in een correcte adresaanduiding voorzien zijn.
Verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen worden oplopend genummerd met even en oneven nummers ieder aan één zijde van de openbare ruimte. Indien de bestaande situatie anders is genummerd, dan wordt de bestaande situatie gevolgd.
Het nummer kan alleen worden toegekend binnen een officiële naamgeving van een openbare ruimte.
Verblijfsobjecten worden genummerd aan de openbare ruimte die dienst doet voor de ontsluiting van het object. Hiervoor worden de richtlijnen aangehouden zoals deze staan beschreven in de praktijkhandleiding BAG.
Het nummer bestaat eerst uit een getal, het zogenaamde huisnummer.
Indien nodig wordt het nummer gevolgd door een letter, zijnde een hoofdletter. De hoofdletters I en O worden, in verband met verwarring met cijfers, niet gebruikt.
Indien nodig wordt een nummeraanduiding gevolgd door een nummertoevoeging. Aan de nummering van de bepaalde objecten worden de volgende lettertoevoegingen toegekend, waarbij deze lettertoevoeging in de regel gevolgd wordt door een cijfer:
garageboxen in krijgen als nummertoevoeging een ‘’B’ met als volgnummer 01, 02, 03 etc;
trafo’s krijgen als nummertoevoeging een ‘’TR’’ met volgnummer 01;
windturbines krijgen als nummertoevoeging een ‘’WT” met volgnummer 01;
pompgemalen krijgen als nummertoevoeging een ‘’PG’’ met volgnummer 01;
Gasvoorzieningen krijgen de toevoeging “GAS” met volgnummer 01;
Mantelzorgwoningen krijgen als nummertoevoeging een ‘’ZO’’ met als volgnummer 01;
bestaande, afwijkende nummertoevoegingen van het hierboven genoemde onder a t/m f worden gewijzigd indien daartoe aanleiding bestaat en in overleg met betrokkenen.
Bij het toekennen van nummers, gelden de volgende regels (afhankelijk van de bestaande situatie):
De nummers lopen op vanuit het centrum van de woonplaats, of vanuit een voor dit doel vast te stellen centraal punt.
Op wegen die loodrecht op deze richting liggen, nummeren volgens de richting met de wijzers van de klok mee.
In deze situatie (b) moeten de nummers aan de ene kant oneven en aan de andere kant even zijn. In principe wordt de linkerkant van de weg voorzien van oneven nummeraanduidingen en de rechterkant voorzien van even nummeraanduidingen. Dit geldt eveneens voor het geval dat de weg slechts aan één zijde wordt bebouwd, en voor gebouwen die niet direct aan de weg zijn gelegen. Een gekozen systeem dient zo goed mogelijk consequent te worden doorgevoerd. Bij doodlopende wegen dient de nummering vanaf de aangrenzende weg aan te vangen.
Bij bovenstaande wijze van toekennen van nummers, geldt dat bij de per kern gehanteerde methode van nummering wordt aangesloten.
Bij bovenstaande wijze van toekennen van nummers wordt afgeweken indien de huidige situatie anders is. Er wordt dan de bestaande situatie gevolgd.
Burgemeester en wethouders kunnen van bovenstaande regels genoemd onder a t/m d afwijken, indien dit gewenst en/of noodzakelijk is.
Wanneer een weg begint of eindigt met, dan wel onderbroken wordt door een plein dat dezelfde naam draagt als die weg, moet worden doorgenummerd alsof het plein een onderdeel van die weg is.
Wanneer een weg begint of eindigt met, dan wel onderbroken wordt door een plein dat een andere naam draagt als die weg, moet worden doorgenummerd alsof het plein er niet is.
Verblijfsobjecten met toegangen aan verschillende wegen worden genummerd aan de openbare ruimte die dienst doet voor de ontsluiting van het object. Andere toegangen voor hetzelfde verblijfsobject kunnen worden voorzien van een nevenadres, mits dit aan de definitie(s) voldoet zoals gesteld in het kader van de Wet Bag.
Het nummeren van gebouwen met meer dan één bouwlaag waarin meer nummers vereist zijn, moet worden begonnen bij de onderste bouwlaag. Wanneer zich de mogelijkheid voordoet om zowel in horizontale als verticale richting te nummeren dan dient steeds eerst te worden gekozen voor horizontaal in richting van nummering en vervolgens verticaal in klimrichting/looprichting in het gebouw.
Voor percelen tussen gebouwen, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, moet (voor zover dit mogelijk is) het maximaal te verwachten aantal nummeraanduidingen worden gereserveerd.
Voor zover niet in deze regels opgenomen, gelden de bepalingen van de NEN norm 1773 (wijze van nummeren en de plaats van de nummeraanduiding).
Hoofdstuk
Artikel 5
De nummering van objecten
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen) 2022 gemeente Ooststellingwerf