Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2022

Deze verordening verstaat onder: Aanvrager: de eigenaar van de woonruimte of het gebouw, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd; Bedrijvige Linten: linten die zich kenmerken door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%) conform de definitie in de Structuurvisie Linten in de oude stad; Bereidverklaring: schriftelijke verklaring van of namens de eigenaar, dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik te geven; Beschermde woonruimte: een in artikel 12, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; College: het college van burgemeester en wethouders; Corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet; Datum van inschrijving: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de onroerende zaak aan de nieuwe eigenaar; Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw; Gemeente: gemeente Tilburg (Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout); Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een duurzame gezamenlijke huishouding voeren; Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 8 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek; Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; Logies: de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (kort-durende) bewoning aan personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishuishouding voeren en voor welke bewoning inschrijving in de BRP niet noodzakelijk is; Mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo 2015; Omzetting (= kamerverhuur): het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, zoals bedoeld in artikel 21 sub c van de Huisvestingswet 2014; Onttrekking: het gebruiken van woonruimte voor een andere functie dan wonen, zoals bedoeld in artikel 21 sub a van de Huisvestingswet 2014; Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zijnde keuken, badruimte en/of toilet, gezamenlijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gezamenlijke (verkeers)ruimte; Pand: De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; Splitsing (= kadastrale splitsing): splitsing in appartementsrechten, zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 van de Huisvestingswet 2014; Startkwalificatie: de kwalificatie zoals bedoeld in artikel 1 Leerplichtwet 1969; Toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf met overnachting aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen; Wet: Huisvestingswet 2014; Woongebouw: een aaneengesloten groep woonruimten die als eenheid is aangewezen; Woonruimte: ruimte als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet; WOZ-waarde: de actuele waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken; Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning zijnde keuken, badruimte en/of toilet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel