Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Categorieën laadpunten

Onderdeel van Plaatsingsbeleid laadinfrastructuur

De gemeente wijst de locaties aan waar publieke laadinfrastructuur wordt geplaatst. De locaties worden op de volgende combinatie van manieren bepaald: Proactieve plaatsing op basis van plankaarten Laadinfrastructuur mag geen belemmering vormen voor de uitrol van elektrisch vervoer. Verschillende databronnen zijn gebruikt om de behoefte aan laadpunten te voorspellen. Welke locaties geschikt zijn voor laadpalen, worden vastgelegd in een plankaart. Dit geeft zowel onze organisatie als de netbeheerder houvast en versnelt het proces rond proactieve plaatsing. Bovendien verkort het de doorlooptijd, zodat bewoners en forensen niet onnodig lang op laadmogelijkheden hoeven te wachten. Paal-volgt-auto verzoek Naast de proactieve plaatsing van laadpalen, gaan we uit van vraag-gestuurde plaatsing, waarbij bewoners een aanvraag kunnen indienen voor een publiek laadpunt. Als een verzoek tot bijplaatsen van laadinfrastructuur is goedgekeurd, bepalen we in samenwerking met de Charge Point Operator een geschikte locatie. Hierbij houden we onder andere rekening met de verderop in het beleid besproken realisatiecriteria. Strategische locaties Naast de proactieve plaatsing en paal-volgt-auto verzoeken, willen we ook laadpunten kunnen realiseren op plekken waar bewoners of forensen geen aanvraag kunnen doen, zoals laadpunten bij de dorpshuizen in onze gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel