Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Aanvraag

Onderdeel van Beleidsregels Kinderopvang 2019

1.. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: naam, adres en burgerservicenummer van de ouder; indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de wettelijke doelgroep; overige gegevens die het Dagelijks Bestuur noodzakelijk acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.. Inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming worden, onmiddellijk na het bekend worden daarvan, door de ouder verstrekt aan het Dagelijks Bestuur. 3.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kinderopvang in verband met een Sociaal Medische Indicatie, kan door het Dagelijks Bestuur een indicatie/diagnose gevraagd worden aan een onafhankelijke organisatie met de benodigde expertise. 4.. De indicatie, zoals bedoeld in het vorige lid, heeft een geldigheidsduur van maximaal twaalf maanden en beschrijft de minimale hoeveelheid uren kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. 5.. Om aanspraak te kunnen maken op de tijdelijke tegemoetkoming bij Sociaal Medische Indicatie is met de ouder en het Centrum voor Jeugd en Gezin en/of het sociaal team de leefsituatie/diagnose/beperking goed in kaart gebracht. Tevens is er een integraal plan (gezinsplan) opgesteld waarin helder omschreven is naar welke structurele oplossingen de ouder toewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel