Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Onderzoek voor registratie (OVR)

Onderdeel van Regionaal Beleidskader Toezicht en Handhaving kinderopvang 2018 Brabant-Zuidoost

De houder die van plan is een voorziening voor kinderopvang of een gastouderbureau te starten dient hiertoe bij het college3De gemeente Eindhoven heeft de registertaak bij de GGD belegd. middels een aanvraagformulier een aanvraag in voor registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag controleert de gemeente of deze volledig is. Als deze aanvraag, eventueel na een hersteltermijn (van 14 dagen), volledig is, stuurt de gemeente een kopie van het aanvraagformulier samen met een opdracht tot ‘onderzoek voor registratie’ naar de GGD. Vanaf 2017 wordt de werkwijze ‘Streng aan de Poort’ toegepast bij: een aanvraag om een nieuw kindercentrum te exploiteren; een aanvraag bij een verhuizing van een geregistreerd kindercentrum naar een ander adres; een aanvraag om een nieuw gastouderbureau te openen; een aanvraag tot wijziging van de houder. ‘Streng aan de Poort’ betekent dat de GGD bij een dergelijke aanvraag het beoogde kindercentrum of gastouderbureau intensief onderzoekt. Tijdens dit onderzoek dient de houder te laten zien dat zij vanaf het moment van registratie verantwoorde kinderopvang kan bieden doordat zij voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving wet- en regelgeving. Hierbij wordt de opvanglocatie beoordeeld ingeval het kinderopvang betreft, maar ook het beleid dat uitgevoerd gaat worden. De GGD kijkt bij de beoordeling ook naar de naleving van kwaliteitseisen bij eventueel andere kindercentra of gastouderbureaus die de houder eerder heeft geëxploiteerd. De houder moet de zaken goed op orde hebben, vóórdat het bezoek plaatsvindt. Uiterlijk 6 weken na ontvangst van de opdracht meldt de toezichthouder middels een inspectierapport aan het college of de exploitatie redelijkerwijs in overeenstemming met de Wko kan plaatsvinden. De GGD stuurt een afschrift van het inspectierapport naar de houder. Binnen een termijn van tien weken na ontvangst van de volledige aanvraag bericht het college de houder of de locatie wel of niet mag starten. Als de locatie mag starten wordt in dit besluit tevens het registratienummer uit het LRK vermeld. Als het college niet binnen de gestelde tien weken een besluit heeft genomen, mag de houder niet "alvast" gaan exploiteren (tot 1 januari 2018 was dat nog wel mogelijk). De reguliere bepalingen uit de Awb (afdeling 4.1.3) gelden met betrekking tot besluiten die niet tijdig genomen worden. Denk aan onder andere het verbeuren van de dwangsom in verband met het niet tijdig nemen van een besluit. De gemeente overlegt met de GGD als: een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie wordt genomen voordat dit formeel is gemeld; een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie wordt genomen en er nog geen positief besluit van de gemeente is ontvangen; het aantal kindplaatsen is uitgebreid zonder dat dit is gemeld bij de gemeente. Als het vermoeden bestaat dat het kindercentrum of gastouderbureau niet zal voldoen aan de kwaliteitseisen, genoemd in de Wko, kan een sanctie worden opgelegd of wordt het kindercentrum of gastouderbureau niet opgenomen in het LRK.

Rechtspraak bij dit artikel