Naar aanleiding van het inspectierapport kan het college de houder een sanctie opleggen. Het kan hierbij gaan om een informeel middel, zoals een waarschuwing; een op herstel gericht handhavingsmiddel, zoals een herstelactie of het kan gaan om een bestraffende sanctie.
Als een herstellende sanctie is opgelegd en gebleken is, dat de houder van het kindercentrum of gastouderbureau binnen de gestelde termijn daarop heeft gereageerd, stelt de gemeente de GGD hiervan in kennis. Indien noodzakelijk geeft de gemeente de GGD opdracht tot het uitvoeren van een nader onderzoek. De GGD bepaalt aan de hand van deze opdracht in overleg met de gemeente of een inspectiebezoek noodzakelijk is of dat volstaan kan worden met een papieren controle (documentenonderzoek). Ook als de houder niet heeft gereageerd op de opgelegde sanctie kan de gemeente de GGD opdracht geven tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Met dit nader onderzoek wordt gecontroleerd of de houder de geconstateerde overtredingen ondanks het uitblijven van een reactie afdoende heeft opgelost. Afhankelijk van de urgentie en aard van de overtreding(en) kan dit onderzoek onaangekondigd worden uitgevoerd. Een houder kan en mag de gemeente (niet de GGD) verzoeken opdracht te geven tot een nader onderzoek om de tekortkomingen opnieuw te beoordelen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.4
Nader onderzoek
Onderdeel van Regionaal Beleidskader Toezicht en Handhaving kinderopvang 2018 Brabant-Zuidoost