Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4

Artikel 4.3

Regels op perceelsniveau

Onderdeel van Beleidsregels Schuilhutten en Paardenbakken

De minimale oppervlakte van een perceel waarop een schuilhut gebouwd mag worden bedraagt 2500 m². Deze maat is noodzakelijk vanwege het minimaal benodigde oppervlak voor weidegang voor een degelijk leefklimaat. Bij een kleinere oppervlakte worden de weilanden te snel begraasd, waardoor bij slecht weer de kwaliteit en de voedingswaarde van het perceel hard terug kan lopen. Om te voorkomen dat een eigenaar, die meerdere percelen bezit en zijn dieren over meerdere weilanden verdeelt, een beroep doet op de mogelijkheid om in ieder weiland een schuilhut op te richten is het noodzakelijk om vast te leggen dat de omgevingsvergunning slecht één keer aan een eigenaar van het perceel of meerdere percelen verleend wordt. Hierbij wordt specifiek op de eigenaar gedoeld en niet op de gebruiker. Dit om te voorkomen dat 1 perceel meerdere gebruikers kent, welke dan allemaal een omgevingsvergunning kunnen aanvragen om een schuilhut te bouwen.

Rechtspraak bij dit artikel