Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.2

Groenstructuren

Onderdeel van Groenstructuurplan Heeze-Leende

Net zoals de rest van Nederland moet de gemeente keuzes maken in het gebruik van de openbare ruimte. Er speelt een landelijke woningbouwopgave, de energietransitie vraagt om ruimte en de parkeerdruk blijft toenemen. Tegelijkertijd is de ruimte beperkt om dat in te passen, waardoor de hoeveelheid groen in de gemeente in de toekomst onder druk kan komen staan. Groen in de leefomgeving levert tegelijkertijd de grootste meerwaarde op wanneer het verspreid, aaneengesloten, divers, bruikbaar en volwassen is. De groene waarden in Heeze-Leende worden beschermd om deze kenmerken over lange tijd te garanderen. De oude groenstructuur van de gemeente heeft hiervoor al een hele sterke basis gelegd en de komende jaren zet de gemeente erop in om de bestaande structuur zo te versterken dat de maatschappelijke meerwaarde van het groen verder toeneemt. De belangrijkste structuren (de hoofd- en wijkgroenstructuren) blijven beschermd en worden op sommige plekken aangevuld en beter met elkaar verbonden. Zo garandeert de gemeente ook een aaneengesloten groene ‘kapstok’ in de kernen. Naast de hoofd- en wijkgroenstructuren blijft er nog groen over dat niet direct beschermd wordt. Dit noemen we woonomgevingsgroen. Het woonomgevingsgroen heeft geen beschermde status omdat er binnen de gemeente ook ruimte moet blijven voor ontwikkelingen. Dit betekent niet dat woonomgevingsgroen onbelangrijk is. In tegendeel: het woonomgevingsgroen heeft een grote invloed op de kwaliteit van de woonomgeving. Het is het groen dat tot aan de voordeur komt, en heeft daarmee een grote waarde voor beleving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De gemeente is zuinig op het woonomgevingsgroen. Daarom gaat de gemeente aan de hand van nieuwe uitgangspunten het woonomgevingsgroen naar een hoger niveau brengen. Groenstructuur op niveau(s) Ons groen moet structureel aanwezig zijn, maar moet ook ruimte bieden om als gemeente verder te ontwikkelen. Daarom delen we het groen op in drie niveaus, met ieder een eigen doel en aanpak. Hoofdgroenstructuur o Dit zijn gebieden, stroken en plekken die belangrijk zijn voor de uitstraling, verbinding en duurzaamheid van de hele gemeente of voor een hele kern. De hoofdstructuur is in de huidige vorm onmisbaar voor de gemeente. De hoofdstructuur is gericht op een permanente aanwezigheid van duurzaam groen in de vorm van een volwassen, sterke structuur met een duurzame opbouw in functie, leeftijd en toegepaste soorten. Onder deze structuur vallen parkzones, dorpsranden, groene toplocaties (waaronder entrees), hoofdwegen en onmisbare ecologische verbindingen. De hoofdstructuur is beschermd en wordt in de regel alleen verstoord om de kwaliteit van de structuur te verhogen of als daar een gegronde reden voor is (zie 1.3.1.) waarbij wordt gekeken of er een mogelijkheid is om desondanks de kwaliteit van de structuur te verhogen of te waarborgen. Wijkgroenstructuur o De wijkgroenstructuur bestaat uit gebieden, stroken en plekken die belangrijk zijn voor de uitstraling en duurzaamheid op wijkniveau. De wijkgroenstructuur is gericht op het behouden van een structurele aaneengesloten groene basis in de woonwijken. Onder de wijkgroenstructuur vallen vrijstaande parken (dus geen parkzones), wijkontsluitingswegen, recreatieve fietspaden/wandelroutes en groenzones met een duidelijke aanwezige of beoogde meerwaarde voor biodiversiteit en klimaat. De gemeente is terughoudend als het gaat om veranderingen aan de wijkgroenstructuur. Woonomgevingsgroen o Het meeste groen in de gemeente wordt bestempeld als woonomgevingsgroen. Het woonomgevingsgroen heeft als hoofddoel om maximaal bij te dragen aan een prettige, duurzame en gezonde leefomgeving voor de direct omwonenden. Daarnaast vormt het een lokale buffer tegen extreme weeromstandigheden (klimaatadaptatie) en is het (samen met particuliere tuinen) de belangrijkste manier om de biodiversiteit in de woonomgeving te verhogen. Woonomgevingsgroen biedt ook ruimte voor initiatieven vanuit bewoners en is een belangrijke plek voor spelen, bewegen en ontmoeten. Hoe worden deze thema’s vertaald naar de groenstructuur? Voor de vertaling van de thema’s naar het groen in de kernen kijken we allereerst naar het kenmerkende buitengebied van de gemeente. We projecteren het landschap op de bestaande wijken en kijken welk nabij gelegen landschap het beste aansluit (in beeld, structuur en plantsoorten) op welke wijk. De koppeling tussen landschap en woongebied vormt de basis voor de identiteit per wijk, en is leidend voor het leggen van de verbinding tussen natuur en bewoond gebied.

Rechtspraak bij dit artikel