Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Groen als basisonderdeel van de stedenbouwkundige structuur

Onderdeel van Groenstructuurplan Heeze-Leende

De groene uitstraling in de kernen zorg ervoor dat de dorpen in de gemeente aantrekkelijk zijn om in te wonen en om te bezoeken. De belangrijkste reden voor de gemeente om groen in de stedenbouwkundige structuur te verweven is dat het groen onmisbaar is in een duurzame en prettige leefomgeving. Om veel profijt te hebben van groen in de kernen is het nodig dat inwoners dicht bij groene plekken wonen. Daarom heeft de gemeente uitgangspunten geformuleerd waarmee het groen (en de spreiding van het groen over de leefomgeving) wordt beschermd bij ontwikkelingen. Woningbouw Bij het bouwen van nieuwe woningen/wijken is het van belang dat voldoende groen behouden blijft of aangeplant wordt. Hieronder is uiteengezet hoe de gemeente omgaat met groen in woningbouwprojecten. Scenario 1: Inbreiding (nieuwe woningen binnen de bebouwde kom) Voor inbreiding moet binnen de bestaande kern ruimte worden gemaakt voor extra woningen. Dit kan op twee manieren zorgen voor extra druk op het groen in de gemeente: Het kan nodig blijken groene ruimte op te offeren voor nieuwe woningen (en bijbehorende functies). Het (overgebleven) groen wordt door meer mensen gebruikt en krijgt meer functies. Ondanks de woningbouwopgave vindt de gemeente het belangrijk dat het groenoppervlak in de wijken niet mag afnemen. Groen dat bebouwd wordt, moet daarom (bij voorkeur in het plangebied) gecompenseerd worden. Hierbij worden volgende richtlijnen gevolgd: Eerst: In de eerste plaats wordt gezocht naar kwantitatieve compensatie nabij de oorspronkelijke locatie: voor iedere vierkante meter verdwenen groen komt evenveel groen terug. Soms kan dat door onnodige verharding te verwijderen. Dan pas: Alleen als kwantitatieve compensatie echt niet lukt, accepteert de gemeente kwalitatieve compensatie: de waarden en functies van het verdwenen groen worden gecompenseerd door blijvende kwaliteitsverhoging van het overgebleven groen (biodiversiteit, klimaatfuncties, vitaliteit e.d.). Een voorbeeld hiervan is het opwaarderen van een nabijgelegen gazon door nieuwe planten te plaatsen of voorzieningen voor klimaat of gebruik te realiseren. Aandachtspunt: Bestaande groene verbindingen met het buitengebied worden ingepast en versterkt, niet doorbroken. Waar mogelijk worden nieuwe verbindingen gerealiseerd. Scenario 2: Uitbreiding (nieuwe woningen buiten de bebouwde kom) Bij uitbreidingen buiten de bestaande kern gelden de volgende 'groene' randvoorwaarden vanuit het groen: Groen wordt beschouwd als kernonderdeel van de leefomgeving. Nieuw groen wordt beschouwd als uitbreiding van de bestaande groenstructuur en krijgt – net als het bestaande groen – de status van hoofdstructuur, wijkstructuur of woonomgevingsgroen). Bestaande groene verbindingen worden ingepast en versterkt, dus niet doorbroken. Waar mogelijk worden nieuwe verbindingen gerealiseerd. Bestaande bomen in het plangebied worden zoveel mogelijk ingepast in de nieuwe situatie. Het nieuwe groen wordt ontworpen op basis van de functies die aan het groen worden toegekend, bijdragend aan het woongenot en welzijn van de (toekomstige) inwoners. Voorafgaand aan de planvorming met betrekking tot de inrichting van nieuwe wijken stelt de gemeente een minimum percentage groen vast.

Rechtspraak bij dit artikel