Lijnen in de wijkgroenstructuur zijn in de meeste gevallen aaneengesloten plantsoenen, enkele of dubbele bomenrijen en/of houtsingels en de bijbehorende onderbegroeiing. De lineaire groenelementen (lijnen) in de kernen vallen meestal samen met landschappelijke en stedenbouwkundige patronen zoals wijkontsluitingswegen, wijkranden en bebouwingspatronen. De ruimte rondom wijklijnstructuren is vaak beperkt. Een belangrijke functie van wijklijnstructuren is om (bijvoorbeeld door middel van bomenrijen en wegbermen) ecologische verbindingen te leggen tussen de woonomgeving en het buitengebied.
Identiteit en uitstraling: De lijnstructuren in de wijkgroenstructuur zijn erop gericht de wijk aantrekkelijker te maken en de verkeer geleidende structuur in stand te houden.
Ecologie en biodiversiteit: een diverse beplanting met bomen in afwisselende groepvormen (solitair, groepjes, lijnen, divers). De beplanting is gericht op een meerwaarde voor inheemse biodiversiteit, met voornamelijk bomen van de 2e (tussen 6 en 12 meter hoog) en 3e (minder dan 6 meter hoog) grootte. Indien voldoende ruimte beschikbaar is worden ook bomen ook van de 1e grootte toegepast. Waar het past en aansluit op het gewenste beeld van de locatie worden bomen gecombineerd met onderbeplanting en/of wordt onderliggend gazon ecologisch beheerd.
Klimaatbestendigheid: Voorzieningen om wateroverschotten op te vangen en te laten infiltreren (indien voldoende ruimte).
Bruikbaar groen: Lijnstructuren in de wijkgroenstructuur zijn in de meeste gevallen gericht op het leveren van een meerwaarde aan de bestaande functies. Waar de lijnstructuren breed genoeg zijn voor een parkfunctie kunnen nieuwe gebruiksfuncties (spelen, bewegen, rusten en/of ontmoeten) worden ingepast.
Belangrijkste acties
Onderzoeken op welke locaties onderbeplanting en/of ecologisch beheerde gazons passend zijn
Onderzoeken op welke locaties wijklijnstructuren voldoende ruimte bieden om lokaal regenwater op te vangen en te infiltreren
Onderzoeken welke lijnstructuren breed genoeg zijn voor een parkfunctie, en vervolgens bepalen welke functies ingepast worden.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Lijnstructuren
Onderdeel van Groenstructuurplan Heeze-Leende