Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.4

Artikel 4.4.2

Streefbeeld voor het woonomgevingsgroen

Onderdeel van Groenstructuurplan Heeze-Leende

Het streefbeeld voor het woonomgevingsgroen is afgestemd op de vier belangrijke thema’s in dit groenstructuurplan: Tabel X. Mogelijkheden bij de vier hoofdthema's voor woonomgevingsgroen. Thema Mogelijkheden woonomgevingsgroen Identiteit en uitstraling Het groen in de basiskwaliteit oogt schoon, heel en veilig. De basiskwaliteit heeft een semi-natuurlijke uitstraling: gazons worden gedeeltelijk (minimaal 50%) ecologisch beheerd en waar passend ingezaaid met aantrekkelijke (inheemse) bloemen-/kruidenmengsels. Nieuwe beplanting en bomen zijn divers in soort. Op initiatief van de inwoners kan ervoor worden gekozen om lokaal af te wijken van de uitgangspunten van de basiskwaliteit, bijvoorbeeld wanneer inwoners zelf willen bijdragen om het openbaar groen te verbeteren. Ecologie en biodiversiteit Gevarieerde, voornamelijk (maar niet exclusief) inheemse beplanting wordt gebruikt. De toegepaste beplanting verwijst naar (komt gedeeltelijk overeen met) het landschap buiten de dichtstbijzijnde komgrens. Zo wordt de ecologische verbinding tussen de kern en het buitengebied versterkt. De toegepaste beplanting varieert in soort, leeftijd, beplantingstype en groepsvorm (solitair, rijen, groepjes etc.) Klimaatadaptatie Hoewel in mindere mate dan bij de hoofd- en wijkgroenstructuur, draagt het kleinschaligere woonomgevingsgroen ook bij aan het opvangen van bijvoorbeeld grote regenbuien. Hoe minder verharding, hoe beter regenwater opgenomen en afgevoerd kan worden. In de basiskwaliteit wordt het aantal onbeschutte gazons teruggedrongen door het planten van meer bomen, heesters en vaste planten. Dit vermindert verdroging van gazons bij hitte en periodes van droogte. Bruikbaar groen •  Op initiatief van bewoners kunnen in het woonomgevingsgroen aanleidingen voor rusten, spelen, bewegen en ontmoeten worden gerealiseerd. Voor de vertaling van de thema’s naar het groen in de kernen kijken we allereerst naar het kenmerkende buitengebied van de gemeente. We projecteren het landschap op de bestaande wijken en kijken welk nabij gelegen landschap het beste aansluit (in beeld, structuur en plantsoorten) op welke wijk. De koppeling tussen landschap en woongebied vormt de basis voor de identiteit per wijk, en is leidend voor het leggen van de verbinding tussen natuur en bewoond gebied.

Rechtspraak bij dit artikel