De subsidiabele kosten met inachtneming van artikel 21 LVV zijn:
de kosten van de organisatie van beroepsopleiding, acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties;
als het gaat om demonstratieprojecten in verband met investeringen:
de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;
de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
algemene kosten in verband met de onder (i) en (ii) bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies; haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder i) en ii) worden gedaan;
de aankoop of ontwikkeling van computersoftware.
Artikel 3.5
subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling Beperking Bodemdaling (SRBB) Utrechtse Veenweiden