In de vergunning worden de volgende voorschriften opgenomen:
De pre-mantelzorgwoning mag niet worden bewoond en/of gebruikt voor andere doeleinden dan huisvesting van (toekomstig) mantelzorger of zorgontvanger.
De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege zodra:
sprake is van een vergunningsvrije mantelzorgwoning (als mantelzorg gestart is);
sprake is van een verhuizing van de toekomstige zorgverlener of zorgontvanger;
de (pre)-mantelzorgbehoefte vervalt;
de toekomstige zorgverlener of zorgontvanger komt te overlijden.
Na afloop van de tijdelijke omgevingsvergunning, zonder voortzetting van mantelzorg in een vergunningsvrije mantelzorgwoning, of bij het verhuizen of overlijden van de toekomstige zorgverlener of de zorgontvanger dient de pré-mantelzorgwoning binnen 2 maanden verwijderd te worden. In bestaande bebouwing dient de bewoning van het pré-mantelzorg gedeelte van het pand gestaakt te worden.
Wijzigingen van relevante omstandigheden dienen door zorgverlener of zorgontvanger aan de gemeente te worden doorgegeven. Dit zijn omstandigheden waardoor de (toekomstige) zorg niet meer verleend kan of hoeft te worden.