Naar hoofdinhoud
1.. Het college heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op indien: de aanvrager verhuist; de aanvrager overlijdt; de aanvrager bij een gehandicaptenparkeerplaats bij het werkadres niet meer werkzaam is op die locatie; de aanvrager niet meer beschikt over een Europese Gehandicaptenparkeerkaart; de aanvrager of diens huisgenoot niet meer de houder is van het motorvoertuig, het gehandicaptenvoertuig of de brommobiel waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats werd aangelegd; niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze beleidsregels; de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is aangewezen op grond van de door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens; de aanvrager daar om verzoekt. Het college kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken opheffen indien: de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt gebruikt ten behoeve van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen; zich een wijziging voordoet in de omstandigheden en deze wijziging zich verzet tegen de instandlating van de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De houder van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is zelf verplicht relevante wijzigingen door te geven.

Rechtspraak bij dit artikel