In het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de weg wordt een aanvraag om een vergunning geweigerd als:
de parkeerruimte op eigen terrein ten behoeve van de gevraagde uitweg korter is dan 5,0 meter of smaller dan 2,5 meter waardoor een (gemiddelde) personenauto niet volledig op het perceel past.
de gevraagde uitweg is gelegen op en binnen 5,00 meter van het tangentpunt van een kruising van wegen.
het zicht vanaf de uitweg op het verkeer (voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer) op de openbare weg niet zodanig is dat men de uitweg veilig kan gebruiken.
de gevraagde uitweg is gelegen ter plaatse van een bushalte.
de gevraagde uitweg niet haaks (onder hoek van 90 graden) aan kan sluiten op de openbare weg.
de gevraagde uitweg een helling heeft , bijvoorbeeld van een parkeerkelder, die zich dichter dan vijf meter van de openbare weg bevindt, waardoor een voertuig niet horizontaal kan stilstaan om de weg, het fietspad of het trottoir te overzien.
de gevraagde uitweg smaller is dan 2,5 meter of is gelegen op een plaats waar de weg zo smal is dat de inrit wegens beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden in- of uitgereden.
de gevraagde uitweg is gelegen op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Weigering uitweg i.v.m. het veilig en doelmatig gebruik van de weg
Onderdeel van Ontwerp beleidsregels uitwegen 2022