Naar hoofdinhoud
1.. De gemeente voert een Bibob-toets uit met betrekking tot vastgoedtransacties als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob waarbij de gemeente als partij betrokken is. Dit geldt voor alle huurtransacties vanaf € 25.000, uitgaande van een jaarhuur. 2.. De gemeente voert een Bibob-toets uit met betrekking tot vastgoedtransacties als bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob waarbij de gemeente als partij betrokken is. Dit geldt voor alle overige vastgoedtransacties vanaf € 50.000. 3.. Het bestuursorgaan kan een Bibob-toets uitvoeren met betrekking tot transacties, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob, indien het transacties betreft met grote financiële gevolgen en/of deze transacties bestuurlijk gevoelig zijn. 4.. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, voert de gemeente een Bibob-toets uit alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van de vastgoedtransactie, indien de vastgoedtransactie betrekking heeft op de volgende sectoren: Bedrijventerreinen; Monumenten zoals opgenomen in de monumentenlijst; Horecabedrijven; Seksinrichtingen en escortbedrijven; Inrichtingen waarin middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet worden aangeboden (coffeeshops); Inrichtingen waarin psychoactieve substanties - waaronder niet traditionele genotsmiddelen op natuurlijke basis - te koop worden aangeboden (smartshops/headshops); Inrichtingen waarin artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs te koop worden aangeboden; Shishalounges; Speelautomatenhallen; Fitnesscentra; Wellnessbranche (waaronder: massage en beautysalons, nagel en zonnebankstudio’s); Autobranche (waaronder: autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven, autodemontage); Telefonie en belwinkels; Woonruimte voor het huisvesten van arbeidsmigranten; Woonwagenterreinen; Religieuze instellingen; Afvalwerkingsbedrijven. 5.. Het bestuursorgaan zal, naast het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien er signalen zijn op grond van: Ambtshalve bekende informatie of eigen bevindingen en/of; Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband met het RIEC en/of; Verkregen informatie vanuit het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 en artikel 11a Wet Bibob en/of; Verkregen informatie vanuit het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip), aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van ernstig gevaar conform artikel 3 van de Wet Bibob. 6.. Bij de start van de onderhandelingen, maakt het bestuursorgaan kenbaar aan de wederpartij dat een Bibob-toets onderdeel kan uitmaken van de procedure. Indien de Bibob-toets is gestart en niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, dan wordt hierover een ontbindende of opschortende voorwaarde opgenomen. 7.. Het bepaalde in lid 1 tot en met 6 geldt niet in geval de transactie de aankoop van onroerende goederen of gronden door het bestuursorgaan betreft. 8.. De Bibob-toets zal niet worden uitgevoerd, ingeval de wederpartij afkomstig is van: Overheidsinstanties; Semi-overheidsinstanties; Door het college van burgemeester en wethouders bij (specifiek) besluit aangewezen betrokkenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel