Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Wat is de gebruikelijke gang van zaken met grondregelingen?

Onderdeel van Wanneer ben je de ‘enige serieuze gegadigde’ voor snippergroen/restgrond en pacht?

De gemeente ontvangt regelmatig verzoeken voor een grondregeling. Indien deze verzoeken passen binnen de daarvoor geldende kaders, dan kan de gemeente deze percelen uitgeven. Tot op heden vond uitgifte van grond onderhands (gunning aan de aanvrager) plaats. Pachtovereenkomsten werden in principe opnieuw aangegaan met dezelfde pachter. Deze werkwijze voor uitgifte van gronden (dus niet alleen bij verkoop) is door een arrest van de Hoge Raad – het zogenaamde ‘Didam arrest’ - niet zonder meer mogelijk. Volgens de uitspraak van de pachtkamer van de rechtbank van Noord-Nederland op 10 januari 2023 is het Didam arrest ook van toepassing bij verpachting van agrarisch onroerend goed. Didam arrest d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) De Hoge Raad heeft geoordeeld dat overheden bij de verkoop van grond gelegenheid moeten bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen. Uit het gelijkheidsbeginsel vloeit volgens de Hoge Raad voort dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, ruimte moet bieden aan (potentiële) kopers om mee te dingen. Dit geldt alleen indien er meerdere gegadigden zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In dat geval zal het overheidslichaam objectieve, toetsbare en redelijke criteria moeten formuleren, aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd. De Hoge Raad formuleert hierbij ook een uitzondering. Van een selectieprocedure kan worden afgezien (en dus onderhands c.q. ‘1-op-1 gunnen’), als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. In dat geval dient het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop tijdigvoorafgaand aan de verkoop op zodanige wijze bekend te maken dat eenieder daarvan kennis kan nemen, waarbij het dient te motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.

Rechtspraak bij dit artikel