Het college zet in op fraudepreventie. Onderdeel daarvan is in ieder geval:
**a..** voorlichting geven aan ingezetenen waaronder in het bijzonder aan jeugdigen en ou-ders;
**b..** de wijze waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening dan wel persoonsgebonden budget zijn ver-bonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;
**c..** het aanwijzen van toezichthouders en deze -indien wenselijk- betrekken bij gesprekken met cliënten;
**d..** vroegtijdige opsporing van misbruik of oneigenlijk gebruik.