**1..** Als belanghebbende geen uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ (meer) heeft, wordt de boete via een aflossingsregeling ingevorderd. Belanghebbende zorgt zelf voor de betaling.
**2..** Bij de vaststelling van de draagkracht wordt uitgegaan van de beslagvrije voet zoals vastgelegd in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
**3..** In afwijking van het tweede lid bedraagt de beslagvrije voet, als sprake is van de kostendelersnorm uit artikel 22a Participatiewet, 95% van die norm. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing bij de beoordeling van een verzoek om de beslagvrije voet afwijkend vast te stellen.
**4..** Tot de middelen waarmee de boete wordt betaald worden ook de vrijgelaten middelen gerekend zoals benoemd in artikel 31 lid 2 Participatiewet, met uitzondering van de eventuele middelen genoemd onder n, r en y van deze bepaling.
**5..** Het vrij te laten bescheiden vermogen uit artikel 34 Participatiewet wordt aangewend voor betaling van de boete. Van het vermogen wordt een bedrag van 1,5 keer de toepasselijke bijstandsnorm niet in aanmerking genomen voor de betaling.
**6..** De boete wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 10,-.
**7..** Wanneer sprake is van een opgelegde boete en terugvordering van de uitkering, zal de boete als eerste worden geïnd.
Artikel 5
Invordering van de boete
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete participatiewet IOAW en IOAZ 2018