Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten

Onderdeel van Beleidsregels kostendelersnorm participatiewet, IOAW en IOAZ 2017

1.. De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet, als geen woning wordt bewoond of als een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden. 2.. Het bedrag uit het vorige lid wordt afgerond naar beneden op hele euro’s. 3.. De verlaging geldt niet voor de belanghebbenden die een uitkering ontvangen op grond van de artikel 20 en artikel 22a Participatiewet. 4.. Woonkosten: bij een huurwoning, rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; bij een eigen woning, de verschuldigde hypotheekrente, de als eigenaar te betalen zakelijke lasten en een vast bedrag voor onderhoud. 5.. Onder woonsituatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de situatie waarbij: een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden; een woning wordt bewoond waarvan de woonkosten door derden worden voldaan; geen woning wordt bewoond. 6.. Als een dakloze aangeeft wel woonkosten te hebben, zoals kosten voor opvang, is het aan belanghebbende om dit aan te tonen via bewijsstukken. In dat geval kan het college besluiten de verlaging vast te stellen op 10% van de gehuwdennorm als bedoeld in het eerste lid. 7.. Voor personen die in het Verdihuis verblijven geldt geen verlaging. 8.. Dit artikel geldt niet voor IOAW en IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel