Naar hoofdinhoud

Artikel 10

– Verhaal op grond van een rechterlijke uitspraak

Onderdeel van Beleidsregels verhaal van bijstand 2015

1.. Voor de inning van alimentatie, verschuldigd op grond van een gerechtelijke uitspraak, die uitvoerbaar is, en die door de onderhoudsplichtige niet wordt nagekomen, wordt de bijstandsgerechtigde doorverwezen naar het LBIO. De bijstandsgerechtigde moet een machtiging ondertekenen, zodat het LBIO de ontvangen bedragen overmaakt aan het college. 2.. Als de inning via het LBIO gehele niet of niet volledig mogelijk is, wordt door het college verhaald in overeenstemming met de gerechtelijke uitspraak. 3.. Het besluit tot verhaal overeenkomstig het tweede lid wordt bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de kennisgeving het verschuldigde binnen 30 dagen na verzending van de brief te voldoen. 4.. Als aan de betalingsverplichting van het derde lid door de onderhoudsplichtige niet wordt voldaan wordt een aanmaning verzonden met een betalingstermijn van 2 weken. 5.. Als aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven gaat het college, met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, over tot invordering van het verschuldigde bij dwangbevel. 6.. Het leggen van executoriaal derdenbeslag, volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, op loon of uitkering wordt in eerste instantie door het college zelf gedaan. Als blijkt dat dit niet mogelijk is, wordt de verdere invordering uitbesteed aan een gerechtsdeurwaarder.

Rechtspraak bij dit artikel