**1..** De onderhoudsplichtige, die door tussenkomst van een schuldhulpverlenende organisatie in een schuldsaneringstraject zit, wordt vermoed geen draagkracht te hebben als wordt aangetoond dat:
redelijkerwijs te voorzien is dat de onderhoudsplichtige niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en de onderhoudsverplichting ten aanzien van de ex-partner; en
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van schuldeisers tot stand komt, inclusief de onderhoudsverplichting ten aanzien van kinderen;
de vordering van het college wegens verhaal op bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vordering van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken als:
niet binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen;
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
**3..** De onderhoudsplichtige wordt geacht geen draagkracht te hebben als hij is toegelaten tot en voor de duur van het gerechtelijk traject van schuldsanering in het kader van de WSNP.
**4..** De vordering op de onderhoudsplichtige in verband met verhaal van bijstand wordt, tot de datum van toelating tot schuldsanering in het kader van de WSNP, ingebracht in de schuldsanering.
Artikel 5
– Bij schuldsanering geen draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels verhaal van bijstand 2015