Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.3

Lokaal beleid

Onderdeel van Woonplan Zwijndrecht 2020-2030

Sinds 2003 hanteren we ook in Zwijndrecht een uitsterfbeleid voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen. Verzoeken om standplaatsen worden in de regel afgewezen, ook als het gaat om aanvragen van kinderen van de huidige woonwagenbewoners. Resultaat van dit beleid is dat we als gemeente geen woonwagens meer in eigendom hebben en het aantal standplaatsen nu is teruggebracht tot vier. Hoewel het woonwagenbeleid een lokale verantwoordelijkheid blijft en er geen sprake is van een wettelijke verplichting tot herziening, mogen we verwachten dat het Rijk (als eindverantwoordelijke overheid) hier via de provincie zo nodig wel op zal aandringen. In 2020 ontwikkelen we daarom -in samenspraak met de lokale woonwagenbewoners en woningcorporaties en in afstemming met de regiogemeenten- een nieuw beleidskader voor woonwagens en standplaatsen. Vragen die hierin moeten worden beantwoord zijn o.a.: Wie kunnen er in aanmerking komen voor een woonwagenstandplaats in de gemeente Zwijndrecht?29In het landelijke beleidskader wordt onder woonwagenbewoners verstaan: mensen die zich van generatie op generatie als woonwagenbewoner hebben gemanifesteerd, ongeacht of ze op dit moment in een woonwagen wonen. Het College voor de rechten van de mens verwacht dat in de meeste gevallen aan de hand van het woonadres van de betrokkene en/of diens (groot)ouders kan worden vastgesteld of een woningzoekende tot deze doelgroep behoort. Hoeveel standplaatsen moeten er worden gerealiseerd (of instant gehouden) om deze doelgroep binnen een redelijke termijn kans te geven op een standplaats?3030Bij de beantwoording van deze vraag moeten we ook duidelijk maken wat we in Zwijndrecht onder 'redelijke termijn' en 'kans' verstaan. In zijn advies aan het kabinet van 28 maart 2018 geeft het College van de rechten van de mens aan dat (met het oog op het grondwettelijk recht op gelijke behandeling) de wachttijd voor huisvesting van woonwagenbewoners gelijke tred dient te houden met de wachttijd voor reguliere huisvesting. Voor het bepalen van een redelijke termijn kan dan bijvoorbeeld worden gekeken naar de wachttijden voor een sociale huurwoning en de normen die daarvoor zijn vastgesteld (zie hiervoor de regionale beschikbaarheidsmonitor). Hoe zorgen we ervoor dat de toewijzing van standplaatsen in ieders beleving eerlijk verloopt? Hoe zorgen we ervoor dat minder koopkrachtige woningzoekenden ook over een woonwagen kunnen beschikken als zij een standplaats krijgen toegewezen? Hoe organiseren we het beheer van de woonwagenlocatie(s)? De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het beleid van Zwijndrecht en veel andere gemeenten om het aantal standplaatsen voor woonwagens af te bouwen, in strijd is met de mensenrechten. Als eindverantwoordelijke voor de naleving van deze rechten stimuleert de rijksoverheid gemeenten nu om het woonwagen- en standplaatsenbeleid te herzien. In 2020 zullen we dit -in samenspraak met de lokale woonwagenbewoners en woningcorporaties en in afstemming met de regiogemeenten- verder vormgeven.

Rechtspraak bij dit artikel