Het is een gegeven van algemene bekendheid dat drugshandel veelal gepaard gaat met overlast, onveiligheid en criminaliteit. Dit is een ongewenste situatie. Om de handel in drugs in de gemeente Boekel tegen te gaan is, ter bescherming van de gezondheid en openbare orde en veiligheid, een strikte handhaving bij overtredingen van de Opiumwet gewenst en noodzakelijk, vanuit het straf-, civiel- en bestuursrecht. Uitgangspunt is dat de handel in drugs (zowel soft- als harddrugs) in alle gevallen is verboden en hier handhavend tegen opgetreden wordt. Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen ter handhaving van de artikelen 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs), 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs) en 10a en 11a (verbod op aanwezigheid van stoffen of voorwerpen ten behoeve van de voorbereiding van drugshandel) de Opiumwet. Deze bevoegdheid staat bekend als de Wet Damocles. Aan de hand van deze wetgeving wordt de burgemeester in staat gesteld om de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan. Daarvoor is het gewenst om een strikt handhavingsbeleid te formuleren. Het handhavingsbeleid en de toepassing van de bestuursrechtelijke maatregelen zijn door de gemeenten binnen het basisteam Maas en Leijgraaf op elkaar afgestemd. In de bestuurlijke driehoek van het basisteam is afgesproken dat alle dijken even hoog dienen te zijn en dat iedere gemeente haar bestuurlijke bevoegdheden op dit gebied optimaal benut. Dit past binnen het beleid dat op het niveau van de politie-eenheid Oost-Brabant vorm wordt gegeven en waarbinnen het regionaal hennepconvenant een voorbeeld is van de wijze waarop drugsproblematiek in gezamenlijkheid en uniform wordt bestreden.