**1..** In de verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Besluit: het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Montferland waarin nadere regels zijn gesteld;
Budgethouder: de persoon aan wie een pgb is toegekend;
Budgetperiode: de periode waar een pgb betrekking op heeft;
Budgetplan: een plan opgesteld door (of namens) de cliënt waaruit blijkt dat wordt vol-daan aan de voorwaarden om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te ko-men;
Collectieve maatwerkvoorziening: een maatwerkvoorziening die individueel wordt toege-kend maar door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt;
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks aan de cliënt kan worden uitbetaald en waarvoor geen oordeel wordt gegeven over de kwaliteit;
Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die een leefeenheid vormen;
Gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woonruimte van de cliënt waar deze zijn hoofdverblijf heeft vanaf de toegang tot het woongebouw te bereiken;
Gewaarborgde hulp: een door de budgethouder ingeschakelde persoon van wie voldoen-de duidelijk is dat deze kan in staan voor nakoming van de aan het persoonsgebonden budget verbonden verplichtingen;
Huisgenoot: de persoon die met de cliënt gemeenschappelijk een woning bewoont, an-ders dan door een commerciële huurders- of kostgangersrelatie;
Hulp bij het huishouden: het overnemen van of ondersteunen bij activiteiten op het ge-bied van het verzorgen van het huishouden van de cliënt dan wel van de leefeenheid waartoe de cliënt behoort indien de huisgenoten naar oordeel van het college geen ge-bruikelijke hulp kunnen bieden;
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de Ba-sisregistratie personen (BRP) ingeschreven staat of zal staan. Indien de cliënt met een briefadres in de BRP ingeschreven staat, gaat het om het feitelijk woonadres;
Leefeenheid: de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waar-mee de cliënt gemeenschappelijk een woning bewoont en gezamenlijk een huishouden voert;
Normale gebruik van de woning: het kunnen verrichten van de elementaire woonfuncties (eten, slapen, lichaamsreiniging, koken), het verrichten van belangrijke huishoudelijke ta-ken, horizontale en verticale verplaatsingen in en om de woning waaronder ook de toe-gang tot de woning;
Ondersteuningsplan: het door het college opgestelde verslag over de uitkomsten van onderzoek waarin de te bereiken resultaten staan;
Ondersteuningsvraag: een melding door of namens de cliënt van de behoefte aan maat-schappelijke ondersteuning;
Persoonlijk plan: een door de cliënt, al dan niet tezamen met zijn persoonlijke netwerk, opgesteld plan met zijn persoonlijk arrangement over de omstandigheden als bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met e van de wet;
Professionele organisatie: een organisatie, die is ingeschreven in het handelsregister en/of KvK als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan de kwaliteitseisen voor in ieder geval de medewerkers die bij de organisatie in dienst zijn;
Spoedeisend geval: een (onvoorziene) situatie die geen uitstel verdraagt;
Uitvoeringsplan: een plan opgesteld door (of namens) de cliënt waaruit blijkt op welke manier of met welke ondersteuning het te behalen resultaat met een persoonsgebonden budget wordt bereikt en door wie dat wordt geboden;
Vervoersvoorziening: een voorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen;
Voorliggende voorziening: een andere wettelijke regeling waarop de cliënt een beroep kan doen met het oog op zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Onder om-standigheden kan daar ook een privaatrechtelijke regeling onder worden verstaan;
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Woning: een woonruimte voor permanente bewoning bestemd en geschikt en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. Hieronder begrepen een woonschip en een woonwagen mits geschikt én bestemd voor permanent bewoning;
Zorgplan: een plan dat de aanbieder samen met de cliënt opstelt over de invulling en in-zet van de ondersteuning en de wijze waarop dit bijdraagt aan de realisatie van de door het college opgestelde resultaten in het ondersteuningsplan;
ZZP-er: een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, is ingeschreven in het han-delsregister en/of KvK als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning en voldoet aan de kwaliteitseisen, waarbij voor de vaststelling of er sprake is van een ondernemer in ieder geval de volgende criteria gelden:
1° niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 en volgende van het Burgerlijk Wetboek; en
2° door de Belastingdienst aangemerkt wordt als ondernemer voor de Inkomstenbelas-ting (voor eigen rekening en risico verrichten van werkzaamheden).
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de daarop op gebaseerde lagere regelgeving en de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Onderwerp: Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2022