Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 15a

Gelegenheid tot stellen van mondelinge vragen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022

1.. Op de avonden van de commissievergaderingen is er gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld. 2.. Het raadslid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de commissievoorzitters worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht. 3.. De commissievoorzitters bepalen de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragengelegenheid aan de orde worden gesteld. 4.. De commissievoorzitters bepalen per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de collegeleden en voor de overige raadsleden. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aan het college of de burgemeester aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kunnen de commissievoorzitters aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens de vragengelegenheid zijn interrupties niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel