**1..** Op de dag van de commissievergaderingen, is er voorafgaand aan de start van deze vergaderingen een vragenuur waar gelegenheid wordt gesteld tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld of het presidium besluit dat het vragenuur niet doorgaat.
**2..** Het raadslid of commissielid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de voorzitter via de griffie worden gedaan. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht en worden gepubliceerd op de website.
**3..** De commissievoorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragengelegenheid aan de orde worden gesteld.
**4..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**5..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller, desgewenst en afhankelijk van de beschikbare tijd, het woord om aan het college of de burgemeester aanvullende vragen te stellen.
**6..** Vervolgens kan de commissievoorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**7..** Tijdens de vragengelegenheid zijn interrupties niet toegestaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 15a
Gelegenheid tot stellen van mondelinge vragen
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Haarlem 2022