De aanpak van ondermijning is niet langer alleen een taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Juist op de punten waar de onderwereld in contact treedt met de bovenwereld, kan de bestuurlijke aanpak zijn slag slaan. De bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit richt zich niet zozeer op de kernactiviteiten van de georganiseerde criminaliteit, maar juist op de cruciale ondersteunende activiteiten. De maatregelen richten zich niet op personen (de potentiële daders), maar op de situaties en gelegenheidsstructuren die de georganiseerde criminaliteit faciliteren en soms zelfs aanmoedigen. De strafrechtelijke of fiscale aanpak leent zich veel meer voor een aanpak op personen. De bestuurlijke aanpak is geen alternatief voor de opsporing. De gemeente zet haar bevoegdheden in als aanvulling op het strafrechtelijke traject. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat misschien wel de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit; de geïntegreerde aanpak.
Deze aanpak valt of staat met de samenwerking met andere partners, zoals RIEC, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, Douane, FIOD (Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst), etc. Een goede integrale samenwerking vraagt om een duidelijke regie. Deze rol ligt bij de gemeente.
De regierol houdt in dat de gemeente:
inzicht heeft in ondermijning, zowel in de activiteiten als ook de factoren die de gemeente aantrekkelijk maken voor criminelen.
in afstemming met partners maatregelen vaststelt en zorgdraagt voor de uitvoering daarvan.
in afstemming met de partners prioriteiten stelt in de aanpak.
de interne- en externe samenwerking in goede banen leidt.
waarborgt dat alle betrokken partijen, zowel intern als extern, voldoende bijdragen aan de aanpak.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Rol van de gemeente
Onderdeel van Integraal Veiligheidsplan Vlaardingen 2020-2023