Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:3

Verslaglegging

Onderdeel van Beleidsregels toepassing bodycams gemeente Stede Broec

1.. Als er beelden zijn gemaakt met de bodycam legt de buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder dit gebruik, voor het einde van de dienst vast in een rapportage. In deze rapportage worden alle feiten en omstandigheden beschreven die aanleiding zijn geweest tot het gebruik van de bodycam en de situatie die is vastgelegd middels de bodycam. 2.. In het verslag wordt beschreven of er voorafgaand aan betrokkene kenbaar is gemaakt dat de bodycam is aangezet. Indien het vooraf kenbaar maken niet mogelijk was moet dit worden toegelicht door de buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder in de rapportage met daarbij de omstandigheden van het geval om dit vooraf niet kenbaar te maken. 3.. In geval de controle heeft plaatsgevonden in een situatie zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid onderdeel c, geeft de buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder aan of betrokkene vooraf uitleg heeft gehad over de bodycam. Indien deze uitleg door de omstandigheden van het geval niet vooraf mogelijk was, moet dit worden toegelicht in de rapportage met daarbij de reden om dit niet kenbaar te maken aan betrokkene. 4.. De rapportage dan wel het ambtelijke verslag zoals opgemaakt door de buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder wordt onverwijld aan het afdelingshoofd gezonden. 5.. Het is niet toegestaan om zelfstandig de opnamen van de bodycam te vernietigen. 6.. Als een buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder naar aanleiding van een incident aangifte heeft gedaan, dan meldt de buitengewoon opsporingsambtenaar of toezichthouder het gebruik van de bodycam bij de aangifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel