Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 23

Scholing

Onderdeel van Nadere regels bijzondere bijstand en minimaregelingen Boxtel 2021

Schoolgaande kinderen en inburgeraars kunnen bijzondere bijstand krijgen voor reiskosten, wanneer de scholing noodzakelijk is, en: de afstand van het woonadres naar school meer is dan 10 kilometer enkele reis; of gebruik van het openbaar vervoer nodig is om medische redenen; of het kind of de inburgeraar niet kan fietsen, maar dit wel wil leren en staat ingeschreven voor een fietscursus. Het kind of de inburgeraar krijgt dan voor de duur van maximaal één schooljaar bijzondere bijstand voor reiskosten. Het kind of de inburgeraar krijgt een vergoeding voor de reiskosten naar de passende school die het dichtstbij is of waarnaar de reiskosten het goedkoopst zijn. Het gaat om kosten voor het openbaar vervoer vanaf het (bus)station in de eigen woonplaats naar de plaats waarin de school staat. Wanneer de school verder dan 2 kilometer van het station is, kunnen de kosten voor het reizen met de bus van het station naar school ook vergoed worden. In de maanden juli en augustus krijgt de inwoner geen bijzondere bijstand, omdat er per schooljaar 12 vakantieweken zijn. Het verstrekken van bijzondere bijstand voor 10 maanden is daarom genoeg.

Rechtspraak bij dit artikel