Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 11.

Terugvordering: bruto of netto

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Sint-Michielsgestel 2019

1.. Burgemeester en wethouders vorderen in beginsel de vordering bruto van de debiteur terug, voor zover krachtens de Wet op de Loonbelasting 1964 af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen, evenals de te betalen vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, niet verrekend kunnen worden met nog af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding. 2.. Burgemeester en wethouders vorderen de vordering netto van de debiteur terug, indien: de reden voor terugvordering in de loop van het jaar is ontstaan en het college heeft nagelaten de debiteur hiervan tijdig in kennis te stellen, waardoor deze niet meer in staat was de vordering binnen het kalenderjaar terug te betalen; of de vordering is ontstaan buiten toedoen van de debiteur; de terugvordering het gevolg is van een intrekkings- of herzieningsbesluit op grond van artikel 54 lid 3 Participatiewet, tweede volzin, of wordt gebaseerd op artikel 58 lid 2 onderdeel f onder 1 Participatiewet. 3.. Indien er sprake is van samenloop van vordering(en) en een boete wordt een betaling van de klant afgeboekt op de jongste vordering als daarmee voorkomen kan worden dat een vordering gebruteerd moet worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel