Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 16.

Uitstel van betaling

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Sint-Michielsgestel 2019

1.. In het geval de betalingsplichtige om uitstel van betaling verzoekt dan wordt deze zonder onderzoek toegekend indien: de betalingsplichtige in de periode van 2 jaar voor het verzoek niet eerder een uitstel van betaling is verleend; en het uitstel van betaling niet langer duurt dan 3 maanden. 2.. In overige gevallen zal op basis van berekende draagkracht een individuele afweging worden gemaakt. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat betalingsplichtige indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 4.. Bij de vaststelling of betalingsplichtige over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid: worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing. 5.. Uitstel van betaling kan ook ambtshalve worden toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel