Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 20.

Rente en kosten van invordering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Sint-Michielsgestel 2019

De volgende invorderingskosten of rente worden in rekening gebracht en ingevorderd: Voor de betekening van het dwangbevel door de gerechtsdeurwaarder de in rekening gebrachte kosten. Voor vorderingen op grond van krediethypotheek, kredieten die zijn verstrekt op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen en leenbijstand wordt de wettelijke rente in rekening gebracht. Wettelijke rente is ook verschuldigd bij gebreke van tijdige betaling van een vordering op basis van ten onrechte verstrekte bijstand (art. 4.98 Awb). Rente berekening voor vorderingen waarbij rente gevraagd wordt vinden plaats op basis van lineaire aflossing voor nieuwe toekenningen vanaf 1-1-2019. De kosten die in rekening worden gebracht bedragen: Voor de aanmaning € 7,00 indien de schuld minder bedraagt dan € 500,00 en € 15,00 indien de schuld € 500,00 of meer bedraagt. Als er sprake is van dwangbevelkosten, dan worden die berekend met toepassing van de op grond van artikel 434a van het Wetboek van Burgerlijke van Rechtsvordering vastgestelde tarieven (artikel 4:120 Awb). Voor de tarieven wordt verwezen naar artikel 2 lid 1 en 2 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (zie voor tarieven ook de toelichting op artikel 5 lid 3 van deze beleidsregels). Voor de betekening van het dwangbevel door de gerechtsdeurwaarder worden de in rekening gebrachte kosten doorgerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel