Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Afzien van terugvordering of verdere invordering na het voldoen aan de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Sint-Michielsgestel 2019

1.. In afwijking van artikel 2 onder b kan het college afzien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de vordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17 eerste lid WWB, artikel 13 IOAW / IOAZ en de betalingsplichtige: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en tenminste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende vijf jaar gedeeltelijk aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente , alsnog heeft betaald en tenminste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de rest-som in één keer aflost. 2.. De in lid 1 onder a en b genoemde termijn van vijf jaar is drie jaar, indien het gemiddeld inkomen van de betalingsplichtige, in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, niet te boven is gegaan. 3.. Indien de terugvordering wel het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17 eerste lid WWB, artikel 13 IOAW / IOAZ en deze is ontstaan na 1-1-2013, dan is artikel 58 lid 7 van de Participatiewet, artikel 25, lid 6, IOAW en artikel 25, lid 6, IOAZ van toepassing. 4.. Indien de fraudevordering is ontstaan vóór 1-1-2013, dan kan het college afzien van terugvordering indien het gemiddeld inkomen van de betalingsplichtige in gedurende vijf jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan en de debiteur gedurende die vijf jaar: volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan maar het achterstallige bedrag alsnog heeft betaald. 5.. Geen mogelijkheid tot geheel of gedeeltelijke kwijtschelding, behoudens omstandigheden genoemd in artikel 16, is mogelijk indien er sprake is van recidive binnen een termijn van vijf jaar dat het laatste terugvorderingsbesluit op naam van debiteur is genomen. 6.. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in lid 1 tot en met lid 4 genomen als de betalingsplichtige daarom schriftelijk heeft verzocht. 7.. Tot toepassing van het eerste lid, onder c wordt uitsluitend ambtshalve besloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel