Kosten van een uitvaart behoren tot de schulden van de nalatenschap. De overledene heeft zelf geen recht op bijzondere bijstand. Dit betekent dat:
Erfgenamen of bloed- of aanverwanten, die volgens artikelen 1:392 tot en met 1:396 van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, bijzondere bijstand kunnen krijgen voor de uitvaartkosten. Erfgenamen kunnen alleen bijzondere bijstand krijgen naar rato van hun erfrechtelijk deel.
Een voorwaarde is dat de kosten niet uit het nalatenschap betaald kunnen worden en dat de erfgenaam dan wel bloed- of aanverwante niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen. Het is daarbij niet relevant of de andere erfgenamen de nalatenschap hebben aanvaard of verworpen.
Voorliggende voorziening
De Wet op de lijkbezorging (Wlb) is geen verplichte ‘voorliggende voorziening’. Het uitgangspunt van de Wlb is dat nabestaanden verantwoordelijk zijn voor het regelen van de uitvaart. Pas als de nabestaanden geen opdracht geven voor de uitvaart is de Wlb van toepassing. Een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering en/of nalatenschap zijn wel voorliggende voorzieningen.
Noodzakelijke kosten
Een erfgenaam dan wel bloed- of aanverwant kan bijzondere bijstand krijgen voor de noodzakelijke kosten van de begrafenis of crematie van een overledene. De volgende kosten zijn noodzakelijk:
akte van overlijden;
basistarief uitvaartverzorger begrafenis;
100 rouwkaarten;
overbrengen van overledene naar rouwcentrum of woonhuis;
verzorging van overledene;
kist;
opbaren in het uitvaartcentrum;
condoleancebezoek;
uitvaartmis in kerk of afscheid in het crematorium;
laatste vervoer overledene per lijkwagen;
vier dragers;
begraafkosten begraafplaats;
huurgraf voor een bepaalde periode;
verstrooiing as bij crematorium.
Hoogte bijzondere bijstand
De hoogte van de bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten is maximaal € 5.000,-. Dit bedrag mag op basis van de lijst van noodzakelijke kosten naar eigen inzicht worden besteed. Bij de bepaling van de hoogte van de bijstand worden twee situaties onderscheiden:
Als één van de ouders overlijdt, gaat de boedel naar de langstlevende ouder. De kinderen hebben een vordering op deze ouder. Er wordt op basis van de wet geen rekening gehouden met toekomstige vorderingen, omdat de kinderen hier nog niet over kunnen beschikken. Als de langstlevende ouder bijzondere bijstand aanvraagt, dan houden we rekening met de volledige baten uit het nalatenschap, zonder rekening te houden met de vorderingen van de kinderen. De kinderen komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, omdat de langstlevende ouder alle begrafeniskosten uit de boedel moet betalen.
Als de langstlevende ouder overlijdt, kan een kind bijzondere bijstand aanvragen.
Wanneer voor dezelfde uitvaartkosten door meerdere personen bijzondere bijstand aangevraagd wordt in verschillende gemeenten, moet er afstemming plaatsvinden met de andere gemeente(n).
Uitzondering
Als er geen nabestaanden zijn en de bijzondere bijstand wordt aangevraagd door iemand die zich daartoe moreel verplicht voelt, dan moet het volledige nalatenschap van de overledene in mindering worden gebracht op het bedrag van de noodzakelijke kosten. Het verzoek wordt opgemaakt op naam van de overledene en de kosten worden vergoed zonder rekening te houden met het inkomen van degene die de opdracht tot uitvaart heeft gedaan.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.9
Artikel 40
Uitvaartkosten
Onderdeel van Nadere regels bijzondere bijstand en minimaregelingen Sint-Michielsgestel 2021