Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Het veranderen van functies in het beekdal, met aangrenzend open agrarisch gebied

Onderdeel van Delegatiebesluit herziening van het bestemmingsplan “Omgevingsplan Buitengebied Boekel, 2016”

4.1. Ten behoeve van de navolgende functieveranderingen: de uitbreiding (vormverandering en vergroting van de oppervlakte in gebruik) van de bestaande functies; omschakeling naar andere functies - waaronder ook wonen - met behoud van de variatie in wonen, werken en recreëren, behoudens voor: De omschakeling naar ‘Agrarisch bedrijf – veehouderij’ of ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’. De omschakeling naar ‘Bedrijf – Agrarisch-technisch of agrarisch verwant bedrijf’. het met enige regelmaat verwerken van verleende afwijkingen zoals bedoeld in het Omgevingsplan 2016 binnen het beekdal, met aangrenzend open agrarisch gebied en/of bij monumenten en karakteristieke gebouwen; de aanpassing van de wegenstructuur en/of de hoofdstructuur van waterlopen; het in combinatie met de veranderingen genoemd in a) tot en met d), indien nodig en voor zover relevant, aanpassen van het plan. 4.2. Hierbij gelden de volgende beleidsregel(s): de ontwikkeling is toegestaan mits sprake is van een versterking van de in de gebiedsbeschrijving van het beekdal, met aangrenzend open agrarisch gebied, beschreven ruimtelijke kwaliteiten en de beschrijving buurtschappen uit de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, kwaliteitsgids; de voorgenomen functies mogen niet ten koste gaan van de leefbaarheid en het benodigde voorzieningen niveau van de dorpen; er kan geen nieuwvestiging van of omschakeling naar bedrijven plaatsvinden die, gelet op de milieubelasting, verkeer aantrekkende werking en/of ruimtelijke uitstraling, op het bedrijventerrein in het komgebied thuis horen; voor zover sprake is van een functie waarbij doorgaans meerdere (kwetsbare) personen gedurende de gehele dag aanwezig zijn wordt gemotiveerd: dat het initiatief niet leidt tot onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten, en; welke maatregelen redelijkerwijs kunnen worden gevraagd en worden genomen om negatieve gezondheidseffecten te beperken of te voorkomen; en zal een objectieve onafhankelijke deskundige partij advies worden gevraagd ter beoordeling van de onder 1) en 2) genoemde motivering dat het initiatief niet leidt tot onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten en ter beoordeling van de motivering aangaande de maatregelen om negatieve gezondheidseffecten te beperken of te voorkomen. de doorzichten vanuit de omliggende structuren op de open ruimtes blijven gehandhaafd; indien mogelijk kunnen nieuwe doorzichten worden gerealiseerd; de capaciteit van de omliggende wegen is voldoende voor een veilige afwikkeling van de verkeerstoename en de regels in het Omgevingsplan ten aanzien van ‘Voldoende parkeergelegenheid’ zijn van toepassing; de kwaliteit van het landschap zoals beschreven in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, kwaliteitsgids wordt niet aangetast; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van natuurwaarden; er is sprake van een goede landschappelijk erfinrichting van het perceel zoals bedoeld in de Beleidsnotitie erfbeplanting welke onderdeel is van het Omgevingsplan 2016; en voor zover de locatie is gelegen in 'Beekdal- en broekontginningenlandschap', voldoet aan de betreffende onderdelen van de beleidsregel(s) voor landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, kwaliteitsgids; en voor zover de locatie is gelegen in de 'Overgang Beekdal- en broekontginningenlandschap naar Kampenlandschap met enken' voldoet aan de betreffende onderdelen van de beleidsregel(s) voor landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, kwaliteitsgids; met dien verstande dat landschappelijke inpassing zoals bedoeld in de aanhef niet noodzakelijk is bij aanpassingen van de hoofdstructuur van waterlopen; er is sprake van een kwaliteitsverbetering van het landschap in brede zin, zoals opgenomen in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, waardering: door feitelijke uitvoering van bijvoorbeeld de sloop van overtollige bebouwing, het herstel en opwaardering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en/of structuren, de beëindiging van functies die de kwaliteit van het landschap aantasten, landschappelijke versterking rond agrarische percelen, de aanleg van recreatieve paden, de aanleg van nieuwe landschappelijke elementen en/of nieuwe natuur; en – indien de landschappelijke kwaliteitsverbetering in onvoldoende mate bereikt kan worden met het bepaalde onder i) en onder sub 1) en zoals aangegeven in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, waardering – door de kwaliteitsverbetering van het landschap elders (te laten) uitvoeren, al dan niet via het overdragen van de uitvoeringsverplichting aan de gemeente; met dien verstande dat ruimtelijke kwaliteitswinst zoals bedoeld in de aanhef niet noodzakelijk is bij aanpassingen van de hoofdstructuur van waterlopen; en – voor zover de locatie is gelegen in de Groenblauwe mantel – het bepaalde onder sub 1) en sub 2) beoogt dat er een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke kwaliteiten van de groenblauwe mantel; de goede landschappelijke inpassing, zoals bedoeld onder i), en de kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals bedoeld onder j), worden gerealiseerd in combinatie met de effectuering van het beoogde gebruik; dit wordt als voorwaardelijke gebruiksbepaling aan de omgevingsvergunning gekoppeld; er worden geen nieuwe kwetsbare objecten of nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6-contouren van inrichtingen gerealiseerd; er worden geen nieuwe kwetsbare objecten of nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen de functievlakken ‘Leiding – Gas’, ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ of binnen 10-6-contouren van deze leidingen gerealiseerd; voor ontwikkelingen binnen het invloedgebied voor het groepsrisico vindt een verantwoording van het groepsrisico plaats; 4.3. Hierbij gelden tevens de volgende beleidsregel(s) bij bedrijfsmatige ontwikkelingen (zoals agrarische bedrijven, bedrijven, recreatie-, detailhandels- of horecabedrijven): de activiteiten mogen geen onevenredige overlast op het gebied van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of vergelijkbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving veroorzaken; bij het indienen worden de benodigde inhoudelijke gegevens en bescheiden aangeleverd om dit te beoordelen; het functievlak in gebruik voor ‘Bedrijf’ of ‘Bedrijf uit een hogere milieucategorie’ mag niet groter zijn dan 5.000 m², tenzij er een sterke locatiegebondenheid kan worden aangetoond; een functievlak in gebruik voor ‘Bedrijf – Agrarisch-technisch of agrarisch verwant bedrijf’ mag niet groter zijn of worden dan 1,5 hectare, tenzij er een sterke locatiegebondenheid kan worden aangetoond; een functievlak in gebruik voor een bedrijf mag ten hoogste voor een bedrijf uit de categorie 3.1 of 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden gebruikt; er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen; de bodemkwaliteit is geschikt voor de beoogde functie; de waterkwaliteit wordt niet nadelig beïnvloed; er is geen sprake van ontoelaatbare radarverstoring; er is geen sprake van een ontoelaatbare verstoring van het vliegverkeer; indien sprake is van een bedrijfswoning, gelden tevens de beleidsregel(s) bij woonfuncties; 4.4. Hierbij gelden tevens de volgende beleidsregel(s) bij agrarische bedrijven: nut en noodzaak zijn aangetoond en hierover wordt advies gevraagd aan een agrarische deskundige; functievlakken voor ‘Agrarisch bedrijf – veehouderij’ en ‘Agrarisch bedrijf – paardenhouderij’ zijn niet groter dan 1,5 hectare; functievlakken voor ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ zijn niet groter dan 3,5 hectare; 4.5. Hierbij gelden tevens de volgende beleidsregel(s) bij woonfuncties: medewerking aan een plattelandswoning wordt uitsluitend verleend indien: het gebruik is aangevangen vóór 1 juli 2015; een aanvaardbaar en gezond woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; een zorgvuldige dialoog is gevoerd tussen bewoner(s) van de plattelandswoning en ondernemer van het resterende agrarische bedrijf, voorafgaand aan de definitieve planvorming en gericht op het betrekken van belangen van beiden bij de planontwikkeling, en waarvan een schriftelijk verslag beschikbaar is; indien medewerking wordt gevraagd en verleend voor een plattelandswoning dan wordt geen functievlak ‘Wonen’ toegekend maar een specifieke aanduiding binnen de agrarische functie; omliggende bedrijven worden niet onevenredig in hun activiteiten en/of ontwikkelingsmogelijkheden aangetast; voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden of een vast te stellen hogere grenswaarde voor geluid van wegverkeer; er worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten toegestaan binnen de 35 Ke contour van vliegveld Volkel; er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen; de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; er is geen sprake van ontoelaatbare radarverstoring; bij omschakeling naar Wonen op een locatie waar nog geen (bedrijfs)woning toelaatbaar was, is de beleidsregel Ruimte voor Ruimte, zoals opgenomen in de regels van het Omgevingsplan 2016 van toepassing; 4.6. Hierbij gelden tevens de volgende beleidsregel(s) bij verkeersfuncties: binnen de wettelijke geluidzone zijn geen geluidsgevoelige functies aanwezig danwel ter plaatse van geluidsgevoelige functies wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde; er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen;

Rechtspraak bij dit artikel