Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Het veranderen van functies voor een glastuinbouw doorgroeilocatie

Onderdeel van Delegatiebesluit herziening van het bestemmingsplan “Omgevingsplan Buitengebied Boekel, 2016”

7.1. Ten behoeve van de navolgende functieveranderingen: de uitbreiding van de functievlakken ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ voor de glastuinbouwbedrijven Neerbroek 23a, Bovenstehuis 15, Waterdelweg 2b en Waterdelweg 2c; met dien verstande dat uitbreiding van het netto oppervlak glasopstanden op de betreffende locatie, in afwijking van Artikel 3 en/of Artikel 4, mogelijk is tot in totaal maximaal: Neerbroek 23a: 10,1 hectare; Bovenstehuis 15: bestaande omvang glasopstanden; Waterdelweg 2b: 4 hectare; Waterdelweg 2c: 5 hectare; het in combinatie met de veranderingen genoemd onder a) en b), indien nodig en voor zover relevant, aanpassen van het plan. 7.2. Hierbij gelden de volgende beleidsregel(s): de ontwikkeling past binnen de integrale Visie doorgroeilocatie glastuinbouw – en de daarin gehanteerde ontwerpprincipes – die voor het gehele doorgroeigebied glastuinbouw is opgesteld, waarbij de maximale maatvoering geldt – in afwijking van de Visie doorgroeilocatie glastuinbouw – zoals opgenomen onder artikel 7.1.b); de capaciteit van de omliggende wegen is voldoende voor een veilige afwikkeling van de verkeerstoename en de regels met betrekking tot Voldoende parkeergelegenheid zijn van toepassing; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van natuurwaarden; er is sprake van ruimtelijke kwaliteitswinst zoals opgenomen in de beleidsvisie Vitaal Buitengebied Boekel, kwaliteitsgids en de visie Doorgroeigebied glastuinbouw Boekel 2016, hetgeen tot uitdrukking komt in: een landschappelijke inpassing die voldoet aan de ontwerpprincipes uit de visie Doorgroeilocatie glastuinbouw Boekel 2016, waarbij geldt: voor elk afzonderlijk initiatief waaraan medewerking wordt verleend is landschappelijke inpassing noodzakelijk; de oppervlakte van de landschappelijk inpassing bedraagt ten minste 20 % van de oppervlakte van het vergrote functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ met dien verstande dat in afwijking hiervan bij een functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ met een oppervlakte van meer dan 3 hectare de landschappelijke inpassing een oppervlakte moet hebben van ten minste 6.000 m2; natuurlijke oppervlaktewatervoorzieningen zijn binnen de landschappelijke inpassing toegestaan; waterbassins of andere kunstmatige voorzieningen zijn niet binnen de landschappelijke inpassing toegestaan; de landschappelijke inpassing wordt binnen 12 maanden na realisatie van nieuwbouw van kassen uitgevoerd; landschappelijke inpassing mag binnen en buiten het toegekende functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ worden aangelegd; en de ontwikkeling levert een bijdrage aan de kwaliteit van het landschap in brede zin door feitelijke uitvoering van de sloop van niet langer functioneel glas binnen het functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’; en – indien de landschappelijke kwaliteitsverbetering in onvoldoende mate bereikt kan worden met het bepaalde onder 1) en 2) – door de kwaliteitsverbetering van het landschap elders (te laten) uitvoeren, al dan niet via het overdragen van de uitvoeringsverplichting aan de gemeente; de landschappelijke inpassing en/of bijdrage aan de kwaliteit van het landschap wordt gerealiseerd in combinatie met de effectuering van het beoogde gebruik; dit wordt als voorwaardelijke gebruiksbepaling aan de omgevingsvergunning gekoppeld; waterbassins en vergelijkbare voorzieningen ten behoeve van de bedrijfsvoering zijn uitsluitend binnen het functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’ of het vlak ‘Bouwen – kassen’ toegestaan; nieuwe kassen worden niet opgericht binnen: 20 m van de openbare weg, te meten vanaf de rand bebouwing tot aan het functievlak ‘Verkeer’; 25 m van de voorgevelzijde van het functievlak ‘Agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijf’; er worden geen nevenactiviteiten toegestaan die een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 beslaan; de activiteiten mogen geen onevenredige overlast op het gebied van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of vergelijkbare gevolgen voor de fysieke leefomgeving veroorzaken; bij het indienen worden de benodigde inhoudelijke gegevens en bescheiden aangeleverd om dit te beoordelen; er is geen sprake van overmatige lichtoverlast voor omwonenden; er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen; de waterkwaliteit wordt niet nadelig beïnvloed; nut, noodzaak en doelmatigheid zijn aangetoond en hierover wordt advies gevraagd aan een agrarische deskundige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel