Het VTH beleid is gestoeld op een wettelijk kader (Ministeriele regeling en Besluit omgevingsrecht) en heeft daarnaast een reikwijdte in taakvelden en verantwoordelijkheden.
1.3.1Wettelijk kader
Het wet- en normenkader voor het inrichten en uitvoeren van het VTH-beleid is door de jaren heen sterk ontwikkeld. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het huidige wet- en normenkader.
Omgevingswet
Op grond van de Ow en het Omgevingsbesluit (Ob) is het aan de bevoegde gezagen om:
Zorg te dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaak (artikel 18.20 Ow);
Een uitvoerings- en handhavingsstrategie in documenten te hebben met welke doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht (art. 13.5 en art. 13.6 Ob). Dit geldt dus zowel voor de milieutaken* die voor ons door de OD IJsselland (OD) worden uitgevoerd als voor de zogenaamde Ow/Wabo-thuistaken.
Voor de OD dienen de bestuursorganen die daarin deelnemen uniform VTH-beleid op te stellen (art. 18:23 Ow jo 13.5 Ob). In concreto gaat het dan om het basistakenpakket milieu (BTP). *
*Onder het BTP wordt thans verstaan: de vergunningverlening (uitvoering), het toezicht en de handhaving van omgevingvergunningen milieu, meldingen Ow/Activiteitenbesluit milieubeheer en beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming. In IJsselland is het basistakenpakket bij convenant uitgebreid tot het basistakenpakket plus IJssellandse variant. Als onderdeel van het BTP gelden ook de BRIKS-taken voor zover de provincie bevoegd gezag is. Deze taken worden uitgevoerd door de OD. Binnen de samenwerking van de OD laten de gemeenten en de provincie Overijssel ten minste dit takenpakket uitvoeren. Met de inwerkingtreding van de Ow zal e.e.a tekstueel worden geactualiseerd.
**Onder Ow/Wabo thuistaken wordt de vergunningverlening (uitvoering), het toezicht en de handhaving van het omgevingsrecht verstaan, met uitzondering van het takenpakket plus IJssellandse variant (zie *) die door de OD wordt uitgevoerd. N.B. APV is geen Ow/Wabo thuistaak omdat deze niet onder deze wetgeving valt.
Wabo, Bor en kwaliteitscriteria
Het wet- en normenkader voor het inrichten en uitvoeren van het VTH-beleid is door de jaren heen sterk ontwikkeld. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het huidige wet- en normenkader.
Verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken
In 2009 hebben het Rijk, VNG en het IPO een ‘Packagedeal’ gesloten. Dit is een bestuurlijk afsprakenkader met als doel het doorvoeren van een verbetering van de kwaliteit en uitvoering van de VTH-taken in Nederland. In deze deal is afgesproken een landelijk dekkend netwerk van omgevingsdiensten te creëren en om uniforme kwaliteitscriteria vast te stellen voor de VTH-taken alsmede een uniforme landelijke handhavingsstrategie (LHS).
In 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden die de basis vormt voor een groot deel van de vergunningen op het domein van de fysieke leefomgeving (integratie). Om in deze Wabo de bestuurlijke afspraken uit de Packagedeal wettelijk te borgen, is de Wabo gewijzigd door het aannemen van de Wet VTH (verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving). Deze wijziging op de Wabo (en daarmee ook het Besluit omgevingsrecht (Bor)) bevat de wettelijke verplichting tot het oprichten van omgevingsdiensten (ODIJ is per 1 januari 2018 actief). Tevens wordt bepaald dat gemeenten een zogenoemde ‘basistakenpakket’ – voor wat betreft de uitvoering – over dient te dragen aan een omgevingsdienst. Hiervoor stellen zij een verordening kwaliteit VTH vast. De gemeente blijft wel bevoegd gezag voor de uitvoering van deze basistaken. Voor de niet-basistaken bestaat de zorgplicht: zorgdragen voor de kwaliteit van uitvoering van de VTH-taken. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie ziet daar op toe. Het overdragen van het basistakenpakket heeft ten doel om de uitvoering van complexe VTH-taken effectief te laten plaatsvinden door specialisten met ervaring en continuïteit.
Instrumentele en procesmatige borging
De kwaliteitscriteria zijn opgenomen in de Wet VTH (kwaliteitscriteria 2.1). De kwaliteitscriteria vormen het fundament om tot een adequate uitvoering van de VTH-taken te komen. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee sets aan criteria:
De criteria voor de kritieke massa geven invulling aan het vakmanschap van de medewerkers VTH met betrekking tot voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan.
De procescriteria dragen zorgen voor een sluitende beleidscyclus en de kwaliteitsborging van de verschillende stappen daarin. Het doel van de kwaliteitscriteria is om de VTH-taken te professionaliseren en om de kwaliteit in de organisatie te borgen.
De procescriteria van de kwaliteitscriteria 2.1 (inmiddels geactualiseerd naar 2.2.) zijn in het Bor geborgd. Daarmee is de beleidscyclus voor de uitvoering van de VTH-beleidstaken juridisch vastgelegd.
De gemeente Kampen heeft, conform de regelgeving, een verordening kwaliteit VTH opgesteld (op 01-01-2017 in werking getreden). De verordening richt zich primair op VTH- van het omgevingsrecht waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Deze verordening heeft als uitgangspunt dat de gemeente Kampen zich conformeert aan de kwaliteitscriteria. Voor Kampen zijn thans de kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing. Bij afwijkingen kan worden uitgelegd waarom de gemeente niet voldoet (het zogenaamde ‘comply of explain’ beginsel). De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer. Hoewel de kritieke massa niet wettelijk zijn geborgd, is het wel een logische keuze van gemeenten om deze te hanteren. Het gaat immers om criteria waaraan zorgvuldig en met grote deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen.
Basistaken
Niet-basistaken
Uitgevoerd door omgevingsdienst
Uitgevoerd door omgevingsdienst
Uitgevoerd door bevoegd gezag
Art 18.23 Ow/ Art 5.4 Wabo
Gemeenten dienen regels/ een verordening VTH vast te stellen voor de basistaken.
Art 18.20 Ow/ Art 5.5 Wabo
Zorgplicht VTH: bevoegde gezagen moeten zorg dragen voor de kwaliteit van de uitvoering. Dat kan de gemeente doen door het stellen van kwaliteitsregels.
Art 13.12 Ob/ Art 7.1 Bor
Gemeenten zijn verplicht het basistakenpakket bij een omgevingsdienst te beleggen.
Art 13.5 Ob/ Art. 7.3 Bor
Verplicht gemeenten om een uitvoerings- en handhavings-beleid op te stellen.
Ob [paragraaf 13.2]/ Bor [paragraaf 7.2]
De beleidscyclus wordt vormgegeven en ingericht conform de procescriteria van de kwaliteitscriteria.
Verordening/ regels kwaliteit VTH
Kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing op basis van ‘comply/explain’ beginsel.
Art 13.9 Ob/ Art 7.4 Bor
Gemeenten zijn verplicht om de organisatie zodanig in te richten dat een goede uitvoering van het uitvoerings- en handhavingsbeleid gewaarborgd is
Normenkader (bestuurlijke afspraken o.b.v. packagedeal IPO, VNG en Rijk)
Kwaliteitscriteria 2.2
Toepassen landelijke handhavingsstrategie
1.3.2Reikwijdte
Voorliggend VTH-Omgevingsbeleidsplan betreft een integraal plan voor Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving en gaat over een breed scala aan landelijke en gemeentelijke regelgeving zoals de Woningwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Bouwbesluit 2012, APV etc. en de Omgevingswet. Het beleid legt niet enkel de focus op wat wettelijk (de jurre) uitgevoerd dient te worden, maar legt meer de focus op dat wat wij als gemeente Kampen wenselijk vinden in het kader van VTH.
Horizontale reikwijdte
De horizontale reikwijdte drukt zich uit in de taakvelden die onderdeel vormen van dit VTH-Omgevingsbeleidsplan. In tabel 1 zijn de taakvelden van het VTH-Omgevingsbeleidsplan weergegeven.
Tabel 1 – Taakvelden VTH-Omgevingsbeleidsplan
*Sturing in beleid doormiddel van visie en doelen en daarnaast afstemming over het werkplan van de omgevingsdienst
Taakveld
Uitwerking beleid
Uitvoering toezicht
Omgevingsvergunning Bouw
Gemeente
Gemeente/VRIJ
Omgevingsvergunning Milieu
Gemeente/ODIJ*
ODIJ
Vergunningen APV + bijzondere wetgeving
Gemeente
Gemeente
Toezicht Bouw
Gemeente
Gemeente
Toezicht Brandveiligheid
Gemeente
Gemeente
Toezicht Milieu
Gemeente/ODIJ*
ODIJ
Toezicht APV + bijzondere wetgeving
Gemeente
Gemeente
Toezicht RO
Gemeente
Gemeente
Klachten en handhavingsverzoeken
Gemeente
Allen
Projecten en aandachtsgebieden
Gemeente
Allen
VTH-ondersteunende dienstverlening
Gemeente
Gemeente
Zoals bovenstaande tabel inzichtelijk maakt, zijn een aantal taken uitbesteed aan regionale uitvoeringsorganisaties. Zo worden de milieutaken uitgevoerd door de Omgevingsdienst OD IJsselland, (hierna ODIJ). Bij vergunningverlening en handhaving bij bouw en brandveiligheid wordt geadviseerd door de Veiligheidsregio IJsselland (hierna VRIJ). De VRIJ pakt ook de complexe vergunningen brandveiligheid op. De gemeente blijft als bevoegd gezag wel verantwoordelijk voor de uit te voeren taken op regionaal niveau en kan hierdoor sturing geven waar nodig.
Verticale reikwijdte
Naast de horizontale reikwijdte kent dit VTH-Omgevingsbeleidsplan ook een verticale reikwijdte; de doorwerking van het beleid naar de uitvoering. Dit VTH-Omgevingsbeleidsplan betreft een notitie waarin de richting, duiding en visie van de gemeente Kampen is gegeven voor wat betreft de VTH-taken. Het VTH-Omgevingsbeleidsplan geeft invulling aan de leidende principes, de probleemanalyse en strategieën. De vertaalslag naar de uitvoering wordt gemaakt in een apart jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma VTH. De opzet van het VTH-beleid heeft plaatsgevonden door het systematisch doorlopen van een aantal stappen conform de kwaliteitscriteria VTH 2.2. Deze structuur staat ook wel bekend als de ‘dubbele regelkring’ of ‘big 8’.
Figuur 1 Big-8
Met dit VTH-Omgevingsbeleidsplan heeft de gemeente Kampen de beleidscyclus opgezet. Het programma voor de uitvoering vormt het hart van de cyclus. Het programma komt voort uit de probleemanalyse, prioriteiten en doelen en de daarbij gehanteerde strategie. Wat volgt uit het programma is de monitoring en verslaglegging (evaluatie). De verbetermaatregelen die voortkomen uit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de probleemanalyse en prioriteiten.
1.4VTH – Toolkit
Met de uitvoering van de VTH-taken wordt gewerkt aan de gestelde visie en doelen voor de fysieke leefomgeving. Binnen VTH wordt gewerkt met instrumenten en ‘gereedschappen’ (strategieën en werkwijzen). Deze zijn in onderstaande afbeelding samengevat, om een overzichtelijk beeld te creëren van de opbouw van de VTH toolkit.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de beleidscyclus geïntroduceerd voor het instrumentarium waarmee wordt gewerkt aan de fysieke leefomgeving. VTH maakt deel uit van de beleidscyclus en daarmee wordt de VTH toolkit sterker dan nu gepositioneerd in de samenhang met de andere instrumenten.
De VTH toolkit bestaat uit een operationeel kader, een uitwerkingsdeel en het uitvoeringsdeel. Het operationeel kader is tactisch van aard, met de onderdelen als visie voor VTH, sturingsstijl, doelen en leidende principes. In de uitwerking komen de gereedschappen (instrumenten) aan bod die gebruikt worden binnen VTH, zoals de risicoprioritering (probleemanalyse), de toetsing- en toezichtstrategie en de sanctiestrategie (LHS). In de uitvoering wordt gewerkt met het uitvoeringsprogramma, monitoring en evaluatie (jaarverslag), de beschikbare capaciteit en protocollen (werkwijzen) en verantwoordelijkheden.
Toelichting
1.5Leeswijzer
In hoofdstuk 1 zijn de vragen, wat de aanleiding is van het VTH? beleid welke reikwijdte heeft het beleid? en wat de positie is van het beleid. Hoofdstuk 2 richt zich tot de vraag; wat willen we bereiken met VTH in de fysieke leefomgeving? Daarbij wordt gekeken naar een visie op VTH, een sturingsfilosofie en bedrijfsvoering, doelen voor VTH en leidende principes in VTH. In Hoofdstuk 3 wordt de uitwerking van VTH geduid in het werken met het VTH besturingsmodel en strategieën. In hoofdstuk 4 wordt vooruitgekeken naar de uitvoering van VTH en is er aandacht voor de samenwerkingspartners, het uitvoeringsprogramma en de jaarevaluatie.