Indicatie fase omgevingsvergunning
De meeste procedures hebben betrekking op het verlenen van omgevingsvergunningen met de in de Ow vastgelegde reguliere of uitgebreide procedure. Welke (voorbereidings)procedure moet worden gevolgd hangt af van de activiteit(en) die wordt aangevraagd. In de Ow is aangegeven welke procedure in welke gevallen van toepassing is.
Bij de reguliere en uitgebreide procedure bestaat de algemene werkwijze samengevat uit de onderstaande stappen. Opgemerkt wordt dat stap 4 (ontwerpbesluit) enkel betrekking heeft op de uitgebreide procedure. Deze stap is daarom cursief gedrukt.
Intake:
Inboeken en registeren van de aanvraag in IJVI toekennen aan casemanager
De - casemanager omgevingsvergunningen bepaalt:
Bevoegd gezag;
Uitgebreide of reguliere procedure;
Meervoudige of enkelvoudige aanvraag;
Publiceren aanvraag en verzending bevestiging ontvangst/procedure
Toets ontvankelijkheid:
Toets aanvraag aan de indieningsvereisten (volledigheid aanvraag) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete aanvraag (casemanager en/of andere interne of externe adviseurs);
Controleren of regelgeving aanhaakt en de daarvoor benodigde documenten aanwezig zijn. Zo nodig verzoek om verklaring van geen bedingen aanvragen bij bevoegde gezag (casemanager).
Controleren of Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) met bijbehorende beleid van toepassing is. Zo nodig aanvrager aanvullend het Bibob-formulier laten invullen (casemanager).
Toets inhoudelijk:
(Specialistische) toetsing en advisering door casemanager en/of andere interne en of externe adviseurs m.b.t. alle relevante beoordelingskaders;
Ontwerpbesluit:
Opstellen ontwerpbesluit (casemanager) en publiceren (administratie of adviseur);
Afhandelen van eventuele zienswijze(n) door casemanager en/of interne adviseur;
Besluitvorming:
Opstellen omgevingsvergunning met eventuele voorwaarden of voorschriften, collegiale toets en verzenden omgevingsvergunning;
Publiceren omgevingsvergunning (administratie of adviseur)
Indicatie fase intrekken omgevingsvergunningen
Voornemen intrekking/ zienswijze
Bij de reguliere procedure zenden wij eerst aan vergunninghouder een voornemen tot intrekking. Bij de uitgebreide procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb (afdeling 3.4) van toepassing en leggen wij een ontwerp-beschikking ter inzage. In beide procedures, zij het op andere gronden, stellen wij de vergunninghouder in de gelegenheid zijn zienswijzen op de voorgenomen intrekking naar voren te brengen. Als de vergunninghouder daarop niet reageert, trekken wij de vergunning in beginsel in. Bij zienswijzen beoordelen wij of voldoende gronden aanwezig zijn om niet tot intrekking van de vergunning over te gaan. Hiertoe inventariseren wij alle in aanmerking te nemen belangen en wegen deze tegen elkaar af.
Het ontbreken van financiële middelen of conflicten met uitvoerende partijen (architect of aannemer) leiden niet tot het afzien van intrekking van de omgevingsvergunning. In familiaire kwesties (scheiding, ziekte, overlijden) kan, indien door de vergunninghouder de reden goed wordt gemotiveerd, intrekking van de vergunning worden uitgesteld. Ook hierbij moet voldoende aannemelijk c.q. concreet worden gemaakt dat op korte termijn wel van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Enkel een offerte van een aannemer is daartoe onvoldoende.
Nadere termijn
Indien redelijke gronden aanwezig zijn om niet direct tot intrekking van de vergunning over te gaan, stellen wij een concrete nadere termijn (met einddatum) waarbinnen de vergunninghouder alsnog gebruik moet maken van de vergunning. Dit betekent feitelijk aanvangen van of hervatten van de uitvoering van de werkzaamheden en/of ingebruikname. De nadere termijn leggen wij schriftelijk vast en bedraagt maximaal 1 jaar. Als na de nader gestelde termijn geen aanvang is gemaakt met de uitvoering of hervatting van de werkzaamheden of in gebruik name van het project trekken wij de vergunning alsnog in. Hiertoe zetten wij in beginsel de oude procedure voort.
Indicatie fase toezicht
De wijze waarop wij toezicht voorbereiden en uitvoeren verschilt per casus en is afhankelijk van de fase van het toezicht. Wel is hierbij de onderstaande algemene werkwijze als rode draad te herkennen.
Voorbereiding toezicht (afhankelijk van het type controle aan de orde)
Verrichten dossieronderzoek op basis van aanwezig materiaal in digitale systemen of archief waarbij, voor zover het van toepassing is, onder meer het volgende wordt onderzocht:
Wie is de (pand)eigenaar?
Welk bedrijf is in het pand gevestigd/wie is gebruiker van het pand?
Welke personen staan ingeschreven in de BRP?
Wat is de bestemming van het pand?
Welke vergunningen zijn verleend?
Wat is de toezicht- en handhaving historie?
Zijn er overige relevante bijzonderheden?
Welke regelgeving is van toepassing? (o.a. bouw, omgevings- /bestemmingsplan)
Bepalen wat het doel van toezichtbezoek is
Toezicht kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Indien nodig kondigen wij het bezoek aan/ maakt de toezichthouder hiervoor een afspraak.
Uitvoering toezicht
Een toezichthouder deelt de reden van zijn komst mede en toont desgevraagd zijn legitimatiebewijs.
De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert o.a. eigen waarnemingen en een eventuele toelichting van betrokkenen, neemt indien nodig verklaringen op of vordert inlichtingen en/of bescheiden. Soms maken wij foto’s of nemen wij monsters.
Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de betrokken persoon op de hoogte van de gedane bevindingen.
Indien de consequenties van de bevindingen direct en 100% duidelijk zijn, brengt de toezichthouder de betrokken persoon hiervan direct op de hoogte.
Daar waar nodig geven wij voorlichting (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) en advies.
Afwerking controle
Van het toezichtbezoek maken wij een rapportage op, conform de daarvoor vastgestelde format.
O.a. de feitelijke bevindingen en overtredingen leggen wij hierin op een eenduidige en uniforme wijze schriftelijk vast, zodat een duidelijke en persoonsonafhankelijke dossiervorming plaats vindt.
Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe (paragraaf 6.4) en legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast.
Tenslotte koppelen wij de betrokkenen het resultaat van de controle terug. Dit kan ook via een eventueel toe te passen sanctie op basis van de sanctiestrategie (paragraaf 6.4).