Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 17

Stemming, procedure hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022

1.. Nadat de beraadslaging over een voorstel is gesloten, vraagt de voorzitter of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel met algemene stemmen is aangenomen. 2.. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3.. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het raadslid dat daarvoor bij loting conform het bepaalde in artikel 11c is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 4.. Bij hoofdelijke stemming brengt ieder ter vergadering aanwezig raadslid dat zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moet onthouden, zijn stem door zich ‘voor’ of ‘tegen’’ te verklaren, zonder enige toevoeging. 5.. Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 6.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel