Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 34

Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen

Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022

1.. Voorafgaand aan elke raadsvergadering is er gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld. 2.. Het raadslid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt de vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college dan wel de burgemeester worden gebracht. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de collegeleden en voor de overige raadsleden. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college dan wel de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college dan wel de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aan het college dan wel de burgemeester aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college dan wel de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens het vragenuur zijn interrupties niet toegestaan. 9.. Tijdens het vragenuur kan geen verlof worden gevraagd tot het houden van een interpellatie, noch kunnen moties worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel