**1..** Voorafgaand aan elke raadsvergadering is er een vragenuur waar gelegenheid wordt gesteld tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld of het presidium besluit dat het vragenuur niet doorgaat.
**2..** Het raadslid of commissielid dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter via de griffier worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college dan wel de burgemeester worden gebracht en worden gepubliceerd op de website.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**5..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller, desgewenst en afhankelijk van de beschikbare tijd, het woord om aan het college of de burgemeester aanvullende vragen te stellen.
**6..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**7..** Tijdens de vragengelegenheid zijn interrupties niet toegestaan.
**8..** Tijdens het vragenuur kan geen verlof worden gevraagd tot het houden van een interpellatie, noch kunnen moties worden ingediend.
Hoofdstuk 3
Artikel 34
Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022