Naar hoofdinhoud
1.. Voorafgaand aan elke raadsvergadering kunnen burgers het woord voeren over onderwerpen die niet zijn of worden besproken in de commissievergaderingen voorafgaand aan of aansluitend aan de raadsvergadering. De behandeling van het Inspreekuur burgers is in beginsel gebonden aan een tijdslimiet van 60 minuten. 2.. Een verzoek om in te spreken, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt alleen in behandeling genomen als dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van het Inspreekuur burgers bij de griffier is ingediend onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3.. Het Inspreekuur burgers wordt voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad en in zijn of haar afwezigheid een ander lid van het presidium. 4.. De voorzitter van het Inspreekuur burgers kan besluiten, na hiertoe overleg te hebben gevoerd met het presidium, dat een verzoek om in te spreken wordt afgewezen. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van het Inspreekuur burgers. 6.. Insprekers spreken in de Nederlandse taal in. Indien een inspreker de Nederlandse taal niet beheerst, wordt hij of zij vertegenwoordigd door een door hem of haar zelf aangewezen tolk, die namens de inspreker het woord voert. 7.. De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de aan het Inspreekuur burgers deelnemende raads- en commissieleden toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan het Inspreekuur burgers. 8. . Op basis van de inbreng van de inspreker kan de voorzitter of een raads- of commissielid een voorstel doen om het onderwerp te agenderen bij een raadscommissie voor verdere behandeling.

Rechtspraak bij dit artikel