**1..** Als er een verlaging van de uitkering plaatsvindt wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en zich niet houdt aan de verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het inburgeringstraject, met als doel het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt op grond van artikel 18 Participatiewet en de Afstemmingsverordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a, van de Participatiewet, legt het college voor dezelfde gedraging geen bestuurlijke boete op grond van de Wet op. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP.
**2..** Het college legt een boete op grond van de Wet op wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan de verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en overige afspraken en verplichtingen in het PIP. Het college verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet (artikel 27 van de Wet).
**3..** Bij de keuze tussen enerzijds handhaving op grond van artikel 18 van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en anderzijds handhaving op grond van hoofdstuk 7 van de Wet via een boete, weegt het college ook af wat het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.
**4..** In de beschikking aan de inburgeringsplichtige vermeldt het college of er een boete op grond van de Wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.
Artikel 11.
Samenhang met afstemming op grond van de Participatiewet
Onderdeel van Beleidsregels inburgering Rijswijk 2022