Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Algemene bepalingen

Onderdeel van Algemene mandaatregeling Delft 2022

1.. De gemandateerde maakt van het aan hem verleende mandaat uitsluitend gebruik voor: aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein, taken en verantwoordelijkheden; het aangaan van financiële verplichtingen voor zover deze binnen het in dit verband toegekende budget. 2.. De bevoegdheid een besluit te nemen in mandaat, houdt – tenzij anders is aangegeven – ook de bevoegdheid in om: te besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen, zoals bedoeld in artikel 4:5 Awb; het besluit te wijzigen of in te trekken; de beslistermijn te verdagen of op te schorten, zoals bedoeld in artikel 4:14 en 4:15 Awb, en een aanvraag te weigeren. 3.. De bevoegdheid te besluiten een overeenkomst aan te gaan in mandaat, houdt – tenzij anders is aangegeven – ook de bevoegdheid in om: die overeenkomst te wijzigen, te verlengen of te beëindigen, op welke wijze dan ook; met de overeenkomst samenhangende rechtshandelingen voor afwikkeling en transport van notariële akten te verrichten, en alle rechten uit te oefenen, die de wet of de overeenkomst zelf, aan die overeenkomst verbindt, zoals het in gebreke stellen, het vorderen van nakoming, ontbinding of schadevergoeding en het geven van toestemming bij contract overnames. 4.. Het mandaat omvat ook alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. 5.. De mandaatgever blijft verantwoordelijk en bevoegd. Hij kan zowel algemene als specifieke instructies geven en voorwaarden aan het mandaat verbinden. 6.. De gemandateerde mag geen gebruik maken van het aan hem verleende mandaat wanneer: het college, een portefeuillehouder of de burgemeester aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen; de gemeentesecretaris dan wel de leidinggevende van de gemandateerde dit kenbaar heeft gemaakt; het besluit of de (rechts)handeling ingrijpende financiële consequenties heeft, zoals budgetoverschrijding of het aangaan van meerjarige verplichtingen; het besluit of de (rechts)handeling door het college danwel de burgemeester als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt; de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid, dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel