Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten:
Het uitzetten van overtollige middelen mag alleen plaatsvinden bij:
het Agentschap in het kader van Schatkistbankieren
financiële instellingen tot het drempelbedrag,
een decentrale overheid niet zijnde toezichthoudende provincie;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s en Nederlands staatspapier.
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;
De gemeente vraagt bij minimaal 2 instellingen offertes op alvorens een uitzetting met een looptijd vanaf één jaar wordt gedaan.
XIIIRelatiebeheer